1. Welkom bij je Loculy tour!

    Wat leuk dat je op pad gaat om de verhalen van deze stad te ontdekken. We hopen dat je zult genieten van de verborgen verhalen, de verrassende weetjes en de levende herinneringen aan het verleden.

    Zo werkt het:

    📲  Swipe om naar de volgende of vorige locatie te gaan, of gebruik de pijltjes.
    📍 Klik op de ‘Route’-knop op elke pagina voor een directe route in Google Maps.
    🖼   Druk op een afbeelding om deze te kunnen inzoomen.

    Mocht er iets onduidelijk zijn, dan kun je Wouter bellen op ‪+31 646142923‬.

    Tijd om te beginnen. Veel plezier!
  2. In de voetsporen van de meesters

    Hieronder vind je een kaart waarop we voor jou de leukste wandelroute hebben uitgestippeld langs alle bestemmingen. Je kunt de kaart opslaan op je telefoon, er een screenshot van maken, of terug sliden als je ‘m wilt bekijken.
  3. De Oostpoort

    Verdedigingslinie en high-tech sluis

    We beginnen dit avontuur bij de Oostpoort, waar de echo's van het verleden je tegemoetkomen. Als enige stadspoort die de sloopwoede van de 19e eeuw heeft overleefd, vertelt dit fort, gebouwd rond 1400, een dubbel verhaal.

    Dit was lang geleden een van de onverzettelijke verdedigingspoorten van Delft. Kijk omhoog naar de imposante torens, voel het ruwe metselwerk, en stel je de wachter voor die hier, hoog boven je, over de velden tuurde. Dit was de frontlinie, gebouwd om legers buiten te sluiten en de stad veilig te houden.
    De Oostpoort rond 1730, hier nog met een rondeel (ronde stenen muur).
    Maar naast een verdedigingspoort was dit ook een waterpoort, wat vooral vroeger een belangrijke functie was. De grachten waren vroeger niet alleen de levensaders van Delft, maar ook het open riool. Naast de bierbrouwerijen en de lakenfabrieken die hun afval direct in het water dumpten, waren de grachten doorgaans ook de eindbestemming van alles wat wij nu door de wc spoelen. De grachten waren op z'n zachtst gezegd niet fris.
    De Oostpoort vlak na 1765, het jaar dat het rondeel werd gesloopt.
    Het was dus hard nodig dat de grachten regelmatig doorgespoeld werden, en de Oostpoort was zo'n vitale 'uitlaatklep' van de stad. Terwijl schoon water aan de ene kant werd ingelaten, opende men hier de spuisluizen. Met een enorme kracht werd al het vieze en stilstaande water onder deze bogen door de stad uit geperst. Deze poort was dus ook een high-tech waterwerk dat Delft veilig en schoon hield.
    Kinderen bij nog precies dezelfde ophaalbrug, ca. 1892.
    De Oostpoort gezien vanaf het Oosteinde, ca. 1895.
    ⏳ Ben je door de poort gelopen, draai je dan nog even om, en bekijk de foto uit 1895. Zie je dat de tijd hier bijna heeft stilgestaan? Zelfs de railing van de brug is nog hetzelfde.

    🌊 We lopen nu rechtdoor verder over dezelfde weg. Kijk je achter het bruggetje naar de gracht, dan zie je twee kastjes in het water, met groene of rode lampjes. En héél misschien zie je nog meer… Dit is een klepstuw, en wanneer deze operationeel is, gaat er een schot omhoog om de kwetsbare binnenstad te beschermen tegen hoog water. Net zag je een high-tech watersysteem uit de 16e eeuw, dit is Delfts waterbeheer in de 21e eeuw!
    Rond 1765 is het rondeel gesloopt. Waarom, denk je?
    Het rondeel was bedoeld om kanonnen op te stellen. De ronde vorm gaf de zware kanonnen een schietveld van bijna 180 graden. Maar in de 18e eeuw werden kanonnen kleiner, nauwkeuriger en slimmer. Een stenen muur bood geen bescherming meer, en daarnaast veroorzaakte een voltreffer met een moderner kanon tegen een stenen muur allemaal rondvliegend puin, wat veel extra gevaar en schade opleverde. De rondelen werden weggehaald en vervangen door slimmere verdedigingstechnieken.
    Gravure 1730 (A. Rademaker) | Tekening 1765 | Foto 1892 | Foto 1895: alle Stadsarchief Delft, public domain. Foto klepstuw: Google Maps, Streetview.
  4. De Beestenmarkt

    Van koeien naar koffie

    De Beestenmarkt wordt gezien als een van de gezelligste openlucht-terrassen van Nederland. Een prachtig plein, omringd door cafés en restaurants, en in de warmere maanden overdekt met een bladerdak. De horecagelegenheden zijn niet nieuw, die zitten hier al eeuwenlang. Maar dit was tot niet zo lang geleden geen plein voor een kopje koffie. Het was eeuwenlang... een veemarkt!
    De Beestenmarkt rond 1730.
    Hier hoorde je vroeger het geluid van runderen, paarden, varkens, schapen en geiten, en je rook de doordringende geur van vee en mest. Bier rook je overigens ook, want het 'handjeklap' op de markt werd traditioneel bezegeld met een pul bier in een van de omliggende herbergen. De avond ervoor werd hier vaak ook gegeten en overnacht.
    De Beestenmarkt rond 1900.
    Vanaf 1595 tot diep in de 20e eeuw (1972!) was dit de centrale veemarkt. Boeren uit de hele regio kwamen hierheen om hun beste vee te verkopen. Hier werd gekeurd, onderhandeld en er werden zaken gedaan. Het plein was toen een modderige, stinkende en lawaaierige plek, maar wel een cruciaal economisch hart.

    In 1972 werd de veemarkt voor onbepaalde tijd gestopt, omdat de opkomst steeds minder was geworden. Een jaar later werd, na een traditie van bijna 400 jaar, besloten de veemarkt definitief op te heffen. In de jaren '90 werd het plein omgetoverd tot de gezellige plek die het nu is.
    De Beestenmarkt in 1940, genomen op de Burgwal vlak naast het plein. Waar de Eenhoorn zat vind je nu Kobus Koch (met nog wel een eenhoorn aan de gevel). De gebouwen zijn amper veranderd.
    De Beestenmarkt vanuit de lucht.
    Op Beestenmarkt nummer 9 zit een wel heel bijzondere winkel. Deze winkel zit er namelijk al sinds 1881! En dat kun je zien, want de generaties aan eigenaren hebben al die tijd hard hun best gedaan om de winkel zoveel mogelijk in de oude staat te laten. De etalage is al bijzonder, maar stap je naar binnen, dan ga je even 100 jaar terug in de tijd.
    Aan 2 zijkanten van het plein vind je rijen paaltjes met een nogal bijzondere vorm. Lijken die nu op een hakenkruis?? Gelukkig heeft het daar niets mee te maken. Maar wat dan wel? Kun je bedenken wat deze paaltjes hier doen?
    Tot eind jaren ’80 van de vorige eeuw stond het hele plein vol met deze paaltjes. Ze zijn weggehaald om plaats te maken voor tafeltjes en stoeltjes. Er stonden zoveel paaltjes, dat er heel precies schotten tussen gezet konden worden, en zo konden er heel snel en makkelijk hokken worden gemaakt voor de dieren.
    🫱🏻 De ‘handjeklap’ is een nationale en eeuwenoude traditie waarbij verkopers en kopers elkaar in de hand sloegen om een deal te bezegelen. Je ziet het afgebeeld op deze prent uit een prentenboek uit 1863.

    “Zie, hoe alles is vol leven!
    Elk prijst hier om ’t meest zijn waar;
    Hand en handslag wordt gegeven,
    Spoedig zijn de koopers klaar.”
    Hoofdfoto (bewerkt): Microtoerisme, CC BY-SA 3.0. Gravure 1730 (naar tekening van A. Rademaker) | Foto 1900 | Foto 1940 | Foto Verfwinkel: allen Stadsarchief Delft, public domain. Foto vanuit de lucht (bewerkt): Sylvia Coenen, CC BY-SA 4.0. Foto hek, 1965 (Gem. Delft): Stadsarchief Delft, cc-0. Prent: uit “De Boerderij” van J. Schenkman (1863), de Koninklijke Bibliotheek, public domain.
  5. Johannes Vermeer

    Van onbekende man naar geniale meesterschilder

    Aan de Oude Langendijk 25 vind je een lief huisje met een klokgevel. De gevel stamt uit de 18e eeuw, en het huisje is meerdere keren verbouwd. Maar vóór al deze verbouwingen, in de 17e eeuw, was dit de woning en tevens het atelier van de 'meester van het licht': Johannes Vermeer.

    Vermeer woonde met zekerheid op een hoek van deze steeg. Maar welke hoek? Lang werd gedacht dat hij links van de steeg woonde, waar je nu nog steeds een bord aan de gevel vindt. Maar volgens recenter onderzoek past de inventarislijst die bewaard is gebleven veel beter bij de indeling en grootte van dit hoekhuis, én klopt deze met die van een latere bewoner van dit huis.
    Voor zover bekend het enige (vermoedelijke) zelfportret van Vermeer, afkomstig uit het schilderij ‘De Koppelaarster’ (1656). Dit wordt aangenomen omdat dit de enige door Vermeer afgebeelde man is die de toeschouwer aankijkt.
    Denk de 21e eeuw even weg, en stel jezelf hier voor in de 17e eeuw. Net als nu keek je tegen de gebouwen op de Markt aan. De gracht lag er net zo bij, net als de steeg naast het huis. En je zag, net als nu, de Nieuwe Kerk. Op de plek van nummer 25 stond het statige huis van Maria Thins, de rijke schoonmoeder van Vermeer. In 1660 trokken Vermeer en zijn vrouw Catharina bij haar in.

    Johannes en Catharina kregen hier maar liefst vijftien kinderen. Beneden heerste de absolute chaos van een groot gezin. Denk aan ravottende kinderen, rennende kleuters, huilende baby’s en de drukte van de dienstmeid.
    Een stukje uit een kaart van Delft, gemaakt in 1675, het jaar dat Vermeer overleed. Het woonhuis van het gezin Vermeer is hier te zien in het geel.
    Maar boven vond je een oase van rust: het atelier. Hier trok Vermeer zich terug. Hij keek uit over de straat, de Markt en de kerk. Met het huis op het noorden had hij hier altijd perfect, constant licht: het beroemde ‘Delftse licht’ dat weinig veranderde terwijl hij urenlang pietepeuterig schilderde. Zijn meesterwerken zijn precies hier tot leven gewekt. Helaas werd de genialiteit van Vermeer pas later erkend, en hij stierf op 43-jarige leeftijd met hoge schulden.
    Optionele uitstapjes. 🎒
    De eerste negen jaren van zijn leven (1632 – 1641) woonde Vermeer in de herberg van zijn ouders, De Vliegende Vos, waar we straks langskomen. Van 1641 tot zijn huwelijk in 1653 woonde hij in de tweede, veel grotere herberg van zijn ouders op de Markt, Herberg Mechelen. Hier bevinden zich nu de Oude Manhuissteeg, en het pand ernaast: House of Vermeer. Dit is een winkel met leuke Delftse souvernirs, maar Vermeer heeft dus ook daadwerkelijk op deze plek gewoond. Vlak hierachter vind je het Vermeer Centrum, een klein museum met een winkeltje. Beide zijn leuk om te bezoeken als je de tijd hebt. De route gaat straks die kant op.
    Je vindt hieronder vijf bekende schilderijen van Vermeer. Er is iets opmerkelijks aan zijn schilderijen, gezien zijn leven. Wat zie je nagenoeg nooit in een schilderij van Vermeer (en helemaal niet in deze vijf schilderijen)?
    Kinderen! Vermeer had een groot gezin, maar hij schilderde voor zover bekend in slechts twee van zijn schilderijen kinderen. Misschien omdat zijn oeuvre nu eenmaal uit volwassenen bij hun dagelijkse bezigheden bestond. Ook was het schilderen van kinderen een stuk lastiger, omdat deze nu eenmaal niet zo lang stil kunnen zitten, en een foto maken was natuurlijk geen optie. Er zijn theoriën die zeggen dat het Meisje met de parel wellicht 12 of 13 jaar oud was, maar niemand weet dit zeker.
    In vrijwel alle schilderijen van Vermeer vind je een intense, blauwe kleur terug. Voor deze kleur gebruikte hij het pigment ultramarijn. Dit is een diepblauwe kleurstof die werd gemaakt van het mineraal lapis lazuli uit Afghanistan. Het was zo zeldzaam dat het duurder was dan goud. Het is niet duidelijk hoe Vermeer zich dit kon veroorloven, want hij was niet rijk en had een groot gezin. Toch gebruikte hij het rijkelijk in zijn schilderijen, en het leverde prachtige kunstwerken op. Voor Vermeer was het eindresultaat belangrijker dan geld.
    Hoofdfoto (bewerkt): M.M. Minderhoud, CC BY-SA 3.0. Alle schilderijen Vermeer: Wikimedia Commons, public domain. Uitsnede kaart (1675) | Gravure Markt, A. Rademaker (ca. 1730): beide Stadsarchief Delft, public domain.
  6. De Markt

    Het hart van de stad sinds de 13e eeuw

    Zodra je de Markt oploopt word je geïmponeerd door een eeuwenoud spel van macht. Links zie je het trotse, burgerlijke gezag van het Stadhuis, en rechts rijst de Nieuwe Kerk op; een prachtige, laatgotische reus. Al sinds de 13e eeuw is dit het onbetwiste hart van Delft; documentatie uit 1246 maakt al melding van een wekelijkse markt op donderdag, een traditie die tot op de dag van vandaag voortleeft!
    Het dagelijks leven op de Markt rond 1730. Gezien vanaf de plek waar je de Markt oploopt volgens de route.
    Probeer de kakofonie van de Gouden Eeuw eens voor te stellen. Je staat middenin het handelscentrum van Delft; je ruikt de geur van vis, kaas en bier, en je hoort het geluid van marktlui en ambachtslieden. Burgers komen hier dagelijks naartoe voor sociale contacten, dagelijkse boodschappen en andere benodigdheden.

    De Markt werd maarliefst drie keer door een grote ramp getroffen. De grote stadsbrand in 1536 trof veel gebouwen op de markt, een brand in 1618 legde het stadhuis bijna volledig in de as, en de kruitramp in 1654 verwoestte alle huizen aan de oostzijde. Maar de Delftenaren bewezen driemaal dat de geest van de stad sterker was dan vuur of kruit.
    De ceremoniële begrafenisstoet van Willem de VI in 1752.
    Het plein was ook eeuwenlang het ceremoniële centrum voor belangrijke gebeurtenissen, én het centrum van de openbare rechtspraak in Delft. Hier werd het schavot (de stelling voor executies) opgebouwd. De executies (variërend van publieke lijfstraffen tot doodstraffen) waren openbare evenementen die veel mensen trokken. Een grimmige geschiedenis die ons bewust maakt hoezeer de morele grenzen van een samenleving kunnen verschuiven.

    Vandaag de dag is het plein is nog steeds het prachtige hart van de stad, maar nu met de gezellige terrassen, winkeltjes, markten en evenementen van de 21e eeuw.
    Twee prenten op de markt rond dezelfde tijd, een vanaf de kerk en een vanaf het Stadhuis, ca. 1780. (Zoek de knokkende mannetjes)
    Een marktdag rond 1900.
    Zoals je al weet woonde Johannes Vermeer in zijn tienerjaren in Herberg Mechelen op de Markt. Het pand werd in 1885 gesloopt om de Oude Manhuissteeg breder te maken. In 2019 werd tijdens rioolwerkzaamheden de fundering van de herberg gevonden, veel meer intact dan verwacht. De straat bleef drie dagen open voor publiek. Lokaliseer de plek van de foto hieronder, en visualiseer de plek van de herberg. Dit was de Markt in de 17e eeuw!
    Op de Markt vind je een standbeeld van Hugo de Groot, een in 1583 geboren Delftenaar. Hij was een wonderkind: op zijn elfde begon hij al met studeren aan de Universiteit van Leiden. De Groot is wereldberoemd geworden als de grondlegger van het Internationale Recht (Volkenrecht). Door zijn standbeeld op de Markt te plaatsen, tegenover het Stadhuis, eert Delft zijn grootste jurist.
    Gravure Markt, A. Rademaker (ca. 1730) | Gravure begrafenis, J. Punt (1754) | Gravures tweeluik, B.F. Leizel (ca. 1780) | Zwart-wit foto’s (ca. 1900) | Tekening Oude Manhuissteeg, G. Lamberts (1820): allen Stadsarchief Delft, public domain. Foto opgravingen (bewerkt): Ton de Ruiter, CC BY-SA 4.0. Foto standbeeld: Wikimedia Commons, public domain.
  7. De Nieuwe Kerk

    Een verhaal over onverzettelijkheid

    Majestueus, standvastig, en tijdloos. Deze laatgotische kerk, met haar toren van ruim 108 meter, is de op een na hoogste van Nederland. En al heeft ze in de afgelopen eeuwen heel wat moeten doorstaan, ze domineert nog altijd trots de skyline van Delft.

    Waan je opnieuw in het verleden; je staat weer middenin de bedrijvigheid van de Markt, nu aan het einde van de 14e eeuw. Om je heen hoor je Delftse burgers kakelen die elkaar ontmoeten voor verse marktwaren en de nieuwste roddels, terwijl de marktlui over het plein roepen. Maar je hoort nog iets... beitels tikken tegen natuursteen en houten hijsinstallaties tillen krakend enorme houten steunbalken omhoog: er wordt druk gebouwd aan de Nieuwe Kerk!
    De kerk zoals ze eruit zag voor de stadsbrand in 1536.
    In de 14e eeuw had Delft al een kerk (de Oude Kerk), maar er was behoefte aan een nieuwe, grotere kerk. Daarnaast was dit eigenlijk ook een prestigeproject. Hoewel de basis van de kerk redelijk snel stond (in het begin een houten kerk met een rieten dak), heeft het bouwen van de toren maar liefst 100 jaar in beslag genomen. In 1496 was deze eindelijk af.

    In 1584 kreeg de kerk onverwachts een nieuwe functie. Willem van Oranje werd vermoord in het Prinsenhof. Zijn familiegraf in Breda was onbereikbaar omdat die stad nog in Spaanse handen was. Zo begon, per toeval, een bijzondere traditie: Willem werd hier noodgedwongen begraven en hiermee werd de Nieuwe Kerk de eeuwige laatste rustplaats van het Huis van Oranje-Nassau.
    Een schilderij van het praalgraf van Willem van Oranje uit 1645. De afgebeelde personen zijn waarschijnlijk welgestelde Delftenaren die zich hebben laten schilderen bij het graf. Het graf is vandaag de dag onveranderd.
    De kerk heeft sinds de bouw nogal wat moeten doorstaan. Al in 1536 raakte de toren, die tot die tijd een spits met een bol had, ernstig beschadigd tijdens de Delftse stadsbrand. In dezelfde eeuw werd het katholieke interieur tijdens de beeldenstorm verwoest. In 1654 gingen bij de Delftse donderslag alle gebrandschilderde glas-in-loodramen verloren. En in 1872 beschadigde de spits ernstig door blikseminslag. Deze kerk mag met recht standvastig worden genoemd!

    *Het kerkgebouw, het praalgraf en de toren (deze kan worden beklommen) zijn maandag t/m zaterdag tegen entree te bezichtigen.

    Het interieur van de Nieuwe Kerk, ca. 1650.
    De kerk in ca. 1730.
    Bekijk de toren van een afstandje. Hij lijkt wel opgebouwd uit allemaal verschillende stukken. En eigenlijk is dat ook zo! De toren is meerdere malen ernstig beschadigd en daarna weer hersteld. Het bovenste gedeelte van de toren is in 1872 gemaakt van Bentheimer zandsteen. Dit materiaal is gevoelig voor luchtvervuiling en zure regen, waardoor het donker wordt. En eigenlijk maakt het de toren juist mooi en uniek!
    De toren van de Nieuwe Kerk heeft een cruciale rol gespeeld in de wetenschap. In 1649 voerde de beroemde wetenschapper Simon Stevin hier zijn valproeven uit. Hij liet vanaf deze gigantische hoogte twee ongelijke loden ballen vallen, en bewees hiermee aan de hele stad dat lichte en zware voorwerpen, in tegenstelling tot wat men toen dacht, even snel vallen. Waarom kon Stevin zijn proeven niet op een andere plek uitvoeren?
    In die tijd bestonden er nog geen precieze stopwatches, en klokken waren grof. De toren van de Nieuwe Kerk was revolutionair hoog en bood nieuwe mogelijkheden. Door de valafstand te vergroten naar ruim honderd meter, werd de valtijd langer, namelijk een paar seconden. Bij zo’n lange valtijd kon duidelijk worden aangetoond dat de ongelijke ballen echt op hetzelfde moment de grond raakten. De proeven van Stevin zijn van groot belang geweest voor de moderne wetenschap.
    Bij de Delftse donderslag in 1654 sneuvelden alle gebrandschilderde glas-in-loodramen. Eeuwenlang zagen de ramen eruit zoals op het schilderij uit 1650. Pas in de 20e eeuw kreeg de kerk weer een nieuwe collectie glas-in-loodramen, waarvan de meesten rond 1930 zijn geplaatst. De ramen laten historische en bijbelse voorstellingen zien.
    Plattegrond (Frans Hogenberg, 1581) | Prent (A. Rademaker, ca. 1730): beiden Stadsarchief Delft, public domain. Tekening oude toren (Abraham de Blois, 1860} | Schilderij praalgraf (Dirck van Delen, 1645) | Schilderij interieur (H.C. van Vliet, 1645) | Portret Stevin (Philippus Velijn) | allen Wikimedia Commons, public domain. Glas-in-lood (bewerkt): Rijksdienst Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0.
  8. De Schreibrug

    Loop je langs de achterkant van de Nieuwe Kerk naar de Voldersgracht, dan kom je langs de plek waar deze foto is gemaakt in 1890. Je ziet hier de Schreibrug, die er nog nagenoeg hetzelfde uitziet. Onze route gaat hier verder over de Voldersgracht.
  9. De Voldersgracht

    Een waterweg met een luchtje

    Deze smalle gracht draagt een rijke geschiedenis met zich mee. De naam, die dateert uit minstens 1348, herinnert aan de oorsprong van Delft: de lakennijverheid. Het laken was dikke, luxe woltextiel dat vanaf 1400 de hoofdindustrie werd in deze omgeving. Zie je de deurtjes aan het water? Hier werden vroeger goederen afgeleverd per boot. Ze zijn een tastbaar aandenken aan de drukke ambachtsgracht die de Voldersgracht ooit was. Maar de deurtjes werden niet alleen gebruikt voor het afleveren van goederen...
    Volders vollen de stof met hun voeten.
    Het woord ‘volders’ verwijst naar de lakenarbeiders die de wollen stoffen moesten ‘vollen’ om het weefsel sterker en dichter te maken. Dit was een vieze klus! De stof werd dagenlang gekneed of gestampt met water, vollersaarde (een soort klei die vuil opneemt), en... urine! Het vieze water dat na het vollen overbleef werd geloosd in de gracht, net als al het afval- en rioolwater. De Voldersgracht was in die tijd vooral een stinkende, maar ook drukke waterweg die het hart van de Delftse industrie vormde.
    Het Sint-Lucasgilde, de stedelijke vak- en beroepsorganisatie voor kunstenaars en ambachtslieden (gravure uit 1730). Het gebouw staat er nog net zo.
    Vanaf de late 16e eeuw veranderde de gracht langzaamaan; de lakenindustrie nam af, en deze maakte plaats voor kunst. Hier stond het hoofdgebouw van het Sint-Lucasgilde (nu het Vermeer Centrum): het machtige beroepsgilde van schilders, glazenmakers en de plateelbakkers, die het Delfts blauwe keramiek maakten waar Delft zo beroemd mee werd. Een van de leden, Vermeer, kwam in 1632 ter wereld aan de Voldersgracht 25. Hier bevond zich herberg De Vliegende Vos!
    De Voldersgracht in ca. 1900.
    Op nr. 4 t/m 7 vind je een rijtje bijzondere huizen. Achter de gevels zijn ze al eeuwenoud! Nr. 7 heette in de 16e eeuw De Olyfant, wat later De Gulden Olyfant werd toen hier een rijke lakenkoopman kwam wonen. Helaas is dit huis zijn gevelsteen kwijt, maar nr. 4, 5 en 6 hebben deze nog wel. Wat valt je op als je naar deze gevelstenen kijkt?

    Voordat huisnummers bestonden (deze werden verplicht in de 19e eeuw), was het geven van namen aan huizen de enige manier om bezit, bedrijven, en post te identificeren. Het waren vaak namen van dieren of objecten, relevant voor de bewoners, de locatie, of de functie van het gebouw. De Vergulde Pauw op nr. 6 verwees naar rijkdom, maar op nr. 5 woonde in 1553 al iemand die daadwerkelijk Jan Bruynvisch heette.
    Voor het volproces werd urine gebruikt. Welke van de volgende stellingen zijn waar, denk je?

    A. Er was een goede handel in urine, en er was een ophaaldienst die urine ophaalde bij alle huizen.

    B. Om de beste urine te krijgen lieten ze het een aantal dagen staan voor het werd gebruikt.

    C. De urine werd geproefd om de juiste zuurgraad te bepalen.

    D. De urine was basisch (net als zeep, het tegenovergestelde van zuur), wat ervoor zorgde dat volders doorgaans zachte handen hadden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wevers.
    A. Waar! Er waren zogenaamde piskruiken die men thuis kon ‘vullen’, en deze werden tegen een vergoeding opgehaald.

    B. Waar! Verse urine is licht zuur, maar door het een paar dagen te laten fermenteren steeg het ammoniakgehalte, waardoor het beter zijn werk deed.

    C. Gelukkig (waarschijnlijk) niet. 😅 Hoewel het proeven van substanties wel werd gedaan om de zuurgraad te bepalen, was het proeven van gefermenteerde urine niet erg veilig. Wel was hier een andere manier voor; als de urine glibberig of zeepachtig aanvoelde, was het fermenteren klaar. 🤢

    D. Niet waar. De ammoniak loste het vet in de wol op, maar ook het vet in de huid. De arme volders zaten elke dag met hun handen of voeten in het hete ammoniakwater, en hierdoor hadden ze doorgaans een ruwe, harde, gebarsten huid. Gelukkig kwamen er later machines die dit werk overnamen.
    Volders; deel van een schilderij van I. Claesz. van Swanenburg (1596): Museum de Lakenhal, public domain. Gravure St. Lucas gilde, A. Rademaker (ca. 1730) | Foto ca. 1900 (A.J. Prins): Stadsarchief Delft, public domain. Foto 1965: Rijksdienst Cultureel Erfgoed, CC BY-SA 4.0.
  10. Het Stadhuis

    Stadsbestuur en rechtspraak door de eeuwen heen

    Via de Bonte Ossteeg gaat onze route opnieuw een stukje over de Markt. Je komt uit bij het symbool van de wereldlijke macht: het majestueuze stadhuis van Delft. Dit was het bestuurscentrum en tevens het hoofdkwartier van de rechtspraak. Het architectonische wonder dat je nu ziet stamt uit de 17e eeuw, maar de geschiedenis die erin verborgen zit, gaat veel verder terug.

    De toren, die tot op heden 'Het Steen' wordt genoemd, dateert uit circa 1300! Hij is veel ouder dan de rest van het gebouw, en dat zit zo. Nadat het stadhuis de stadsbrand van 1536 had overleefd, brandde nagnoeg het complete stadhuis tot de grond toe af bij een lokale brand in 1618. Alleen de gotische toren (het 'belfort') bleef overeind staan.
    Een schilderij van de brand van 1618 in het oude stadhuis. Alle belangrijke documenten en schilderijen die de stadsbrand hadden overleefd, zijn alsnog verloren gegaan.
    Het stadsbestuur liet het gebouw herbouwen door de beroemde bouwmeester Hendrick de Keyser in de nieuwste Hollandse renaissancestijl. De nieuwe gevel werd als een trotse en 'moderne' façade rondom de oude, middeleeuwse toren gebouwd.

    Maar dit was niet alleen de plek waar werd vergaderd. De oude toren functioneerde eeuwenlang (tot 1802) als de stadsgevangenis*. In de donkere, koude kamers van de toren werden misdadigers opgesloten, vaak in erbarmelijke omstandigheden. Ernstige misdadigers werden hier tevens hard gestraft.
    Het stadhuis in 1755.
    Het Stadhuis was tevens de rechtbank, en de Markt was een logische en handige plek voor het schavot. Vanaf het balkon werden vonnissen voorgelezen, en men kon de voltrekking van de straf (variërend van geseling tot de doodstraf) op het plein recht voor zijn neus gadeslaan.

    Toch waren er hier ook leuke dingen! Willem van Oranje trouwde hier in 1575 met zijn derde vrouw, Charlotte de Bourbon, en Johannes Vermeer ging hier in ondertrouw. Vandaag de dag vergadert de gemeenteraad hier nog steeds, en je kunt hier ook nog steeds trouwen.
    *Een cel in de gevangenis in de oude toren. Deze is tegen entreekosten in de schoolvakanties (regio midden) op vaste tijden te bezoeken. Vanaf 9 jaar, informeer met kinderen naar de inhoud zodat je weet wat je kunt verwachten.
    Waarom werden rechtspraak en executies op het plein uitgevoerd, denk je?
    Het uitvoeren van openbare executies had twee hoofddoelen:

    1. Het afschrikken van burgers. Het moest voor iedereen duidelijk zijn dat het niet goed met je zou aflopen als je de wet overtrad.
    2. Machtsvertoon. Aan de ene kant om te laten zien wie er de baas was, en aan de andere kant om te laten zien dat de sociale orde werd hersteld na een ernstige misdaad.
    De beroemde wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek (we duiken bij de volgende locatie in zijn leven) was van 1660 tot na 1700 in dienst bij het stadhuis als ‘camerbewaarder’. Zijn werkplek was de Schepenkamer, waar hij toezicht hield op de kamer van de schepenen (de rechters). Hij was verantwoordelijk voor het schoonmaken, stoken van de kachel, onderhoud en het bewaren van de archieven van deze kamer, terwijl hij in zijn vrije tijd zijn baanbrekende microscopen bouwde.
    Schilderij brand, maker onbekend | Schilderij 1755, Jan ten Compe | Prent Balthasar Gerards, maker onbekend: Wikimedia Commons, public domain. Foto stadsgevangenis, K.G. Spiero: Stadsarchief Delft, cc-0.
  11. Antoni van Leeuwenhoek

    Een geniale alleskunner die historische microscopen maakte

    Vanaf deze plek kijk je recht op de Cameretten. Op Hippolytusbuurt 1 stond het huis van Antoni van Leeuwenhoek, en dit was elke dag zijn uitzicht als hij naar zijn werk ging in het stadhuis. Hier was hij kamerbewaarder, maar Van Leeuwenhoek was nog véél meer. Hij was een autodidact en een absoluut wondermens.

    Antoni begon als student boekhouder bij een lakenhandelaar, en kreeg hier ook de kneepjes van het lakenvak mee. Op zijn zestiende kreeg hij voor het eerst een vergrootglas in handen met een vergroting van drie, om laken te controleren. Hij had een grote interesse in sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde en scheikunde, en deze lens was een openbaring voor hem.
    Antoni van Leeuwenhoek in 1686.
    Antoni trouwde, en opende met zijn vrouw Barbara een winkeltje in fournituren voor laken in zijn huis. Niet veel later ging hij bij het stadhuis werken om een vast inkomen te hebben.

    In zijn vrije tijd zat Van Leeuwenhoek in zijn huis, boven de winkel, aan zijn kleine werkbank te priegelen. Terwijl de hooggeleerden in Leiden nog debatteerden over Aristoteles, ontdekte Antoni hier hoe hij door minuscule glazen bolletjes te slijpen zijn eigen supersterke lenzen kon maken. Met zijn zelfgemaakte microscopen (vaak niet groter dan vijf centimeter) bereikte hij een vergroting tot 270x, vele malen sterker dan de beste instrumenten van zijn tijd, die maar tot 30x vergrootten.
    Na eeuwenlange twijfel is men er zeker van: in het gele huis woonde Antoni van Leeuwenhoek. Het is later samengevoegd met het hoekhuis, oftewel: hij woonde aan de rechterkant van het huidige hoekgebouw.
    Er kwam een moment waarop hij voor het eerst met een microscoop naar een druppel grachtwater, of zijn eigen speeksel of tandplak keek, en een wereld vol leven zag: kleine wezentjes, zwemmende, kronkelende 'dierkens'. Stel je dat moment eens voor...

    Van Leeuwenhoek had het microscopische leven ontdekt, een revolutionaire doorbraak. Hij weerlegde foutieve theorieën en ontdekte bloed- en zaadcellen, bacteriën, gistcellen, spiervezels en eencellige waterdiertjes. Zijn beroemdheid groeide snel; hij kreeg bezoek van wetenschappers, wisselde brieven uit met de Royal Society in Londen en kreeg bezoek van de Russische tsaar Peter de Grote.
    Een microscoop van Van Leeuwenhoek.
    Een schets van Van Leeuwenhoek over de schubben van vlindervleugels: “Dit heb ick veeren van de vleugels van de cappellen (vlinders) genaemt, en mogen oock mijns oordeels met recht veeren genoemt worden, want sij beslaen het hoornachtige vlies in soo netten order als de veeren de lichamen van het gevogelte doen.”
    Zoek de dubbel foutieve plaquette
    Een stukje de Hippolytusbuurt op vind je een plaquette over ‘Het Gulden Hoofd’, het huis van Antoni. Deze is geplaatst in 1955, maar… op de verkeerde plek! Het zit 2 huizen te ver. 🤷🏼‍♀️ Daarnaast werd Antoni hier niet 91 jaar, maar 90. Waarschijnlijk was de juiste informatie destijds minder makkelijk beschikbaar. Mocht je op de hoek Oude Delft/Boterbrug nóg een plaquette tegenkomen over Van Leeuwenhoek; deze is geplaatst in 1909, maar dat klopt al helemaal niet. Beiden plaquettes hebben ze laten zitten.
    🎨 Vaak wordt verondersteld dat Van Leeuwenhoek en Vermeer goed bevriend waren. Sommigen opperden zelfs dat Antoni misschien model heeft gestaan voor Vermeers schilderijen De Geograaf en De Astronoom, en dat hij de kunstenaar zou hebben voorzien van lenzen voor diens camera obscura, maar dit is nooit aangetoond.

    🤐 Antoni was extreem geheimzinnig over zijn werkwijze. Vanaf 1674 publiceerde hij zijn waarnemingen. Zijn claims wekten zoveel ongeloof bij de Royal Society in Londen dat er een delegatie werd gestuurd om de microscopische wezentjes met eigen ogen te aanschouwen. Na de inspectie benoemden zij hem in 1680 tot lid, de officiële erkenning van zijn wetenschappelijke werk. Sindsdien stuurde Van Leeuwenhoek regelmatig preparaten naar Londen.

    🧠 Wondermens Antoni was gedurende zijn leven naast lakenhandelaar, ambtenaar, ondernemer en (amateur)wetenschapper ook nog eens landmeter, wijnroeier en glasblazer.
    Portret Van Leeuwenhoek, Jan Verkolje (1686): Rijksmuseum, public domain. Tekening Cameretten, J. la Fargue (ca. 1765) | Uitsnede kaart (1675): Stadsarchief Delft, public domain. Microscoop (rechts), A. van Leeuwenhoek, Wikimedia Commons, public domain. Microscoop (links): Museum Boerhaave, CC BY-SA 3.0. Schets, A. van Leeuwenhoek (1678): uit briefcorrespondentie met Christiaan Huygens, archive.org (public domain). Schilderij Vermeer (1668): Wikimedia Commons, public domain.
  12. De Oude Delft

    De Goudkust van Delft

    De Oude Delft is de gracht waaraan de stad haar naam en haar bestaan te danken heeft. Rond het jaar 1100, ver voordat Delft bestond, werd deze waterloop gegraven ('gedolven', vandaar 'Delft') om het drassige veengebied te ontwateren. Delft is letterlijk uit deze gracht ontstaan.
    Zo moet Delft er rond het jaar 1200 ongeveer uit hebben gezien. De Nieuwe Delft (de bovenste gracht) was hier net gegraven om meer controle over het water te krijgen en het land te kunnen bewerken.
    De Oude Delft werd een straat van aanzien. Voel je het verschil met de Voldersgracht? Waar de Voldersgracht vroeger smal, druk en industrieel was, ademde de Oude Delft ruimte, rust en aanzien. Hier hoorde je vroeger geen herrie van luidruchtige werkplaatsen of van de Markt. Hier hoorde je het zachte ruisen van de bomen en het rollen van dure koetsen over de klinkers. Dit was de 'Goudkust' van Delft.

    In de 16e en 17e eeuw woonden hier vooral schatrijke lakenhandelaren en bierbrouwers. De brouwers hadden vaak enorme brouwerijen achter hun huizen, en lieten graan en turf via deze breedste gracht van Delft aanvoeren, en bier afvoeren.
    Het bruggetje tussen nummer 116 en 110 rond 1730. Aan de mensen is duidelijk te zien dat dit een elitebuurt was.
    Maar in de Gouden Eeuw stortten beide industrieën in door oorlogen, handelsconflicten en concurrentie. Ook moest het bier plaatsmaken voor nieuwe, exotische dranken als koffie en thee - hierheen gehaald door de VOC - en ook wijn werd populair. De brouwers en lakenhandelaren verdwenen grotendeels, en er kwamen burgemeesters, bewindhebbers van de VOC en topambtenaren voor in de plaats.

    De grote brouwerijen en pakhuizen die overbleven, werden ingenomen door instellingen. Zo nam de VOC er haar intrek, de Koninklijke Akademie (nu TU Delft) begon op nummer 95, en er kwamen twee weeshuizen. Vandaag de dag is dit niet veel veranderd; je vindt hier nog steeds de duurste huizen, en bedrijven die hun intrek hebben genomen in de grote panden.

    *Op donderdag t/m zondag kun je tegen entree (gratis t/m 18 jaar) een bezoek brengen aan Museumhuis Van Meerten (Oude Delft 199), waar je kunt zien hoe de rijke 19e-eeuwse elite woonde.

    Een van de weeshuizen (op nr. 57) rond 1730, nog volledig terug te herkennen. De boten leveren luxe goederen voor de rijken, en turf voor de vele haarden in de rijke huizen.
    Nummer 96 rond het jaar 1900.
    1. Bekijk vanaf een afstand de toren van de Oude Kerk. Zie je dat deze scheef staat, én een knik heeft? Je leest straks hoe dat komt!

    2. Loop naar nr. 167 (het Gemeenlandshuis). Dit laat-gotische gebouw is rond 1505 gebouwd als luxueus woonhuis. Het is een van de weinige panden in Delft met een gevel die de grote stadsbrand van 1536 heeft overleefd, en daarmee biedt het een zeldzaam kijkje in de Middeleeuwen! Dit is hoe de rijke huizen eruitzagen voordat de Renaissance (zoals bij het Stadhuis) in de mode kwam. Het is al sinds de 17e eeuw het hoofdkantoor van het Hoogheemraadschap van Delfland.
    In de 16e en 17e eeuw waren veel rijke bewoners van de Oude Delft bierbrouwers. Waarom woonden alle brouwers hier bij elkaar, en bijvoorbeeld niet op de Markt, waar ook hele dure huizen stonden, en waar bovendien veel herbergen (de afzetmarkt) waren?
    Bier was in die tijd volksdrank nummer één en werd geproduceerd in enorme hoeveelheden. De grondstoffen (graan, turf voor het vuur) en het eindproduct (volle vaten bier) waren loodzwaar. Transport over de slechte wegen was met karren bijna niet te doen. Transport over water was daarentegen ideaal! De Oude Delft was destijds de enige gracht waar de grote bevoorradingsschepen doorheen pasten. Hiernaast hadden de brouwers ook erg veel ruimte nodig, en die ruimte hadden ze aan de ruime Oude Delft.
    In 1631 werd de Oude Delft 39 het hoofdkwartier van de VOC. Het werd al snel te klein voor alle geïmporteerde spullen, dus werd er In 1653 een veel groter pand gebouwd: het Oost-Indisch Pakhuis. Hier werden de kostbaarste schatten uit Azië opgeslagen: zakken vol peper, kruidnagel en nootmuskaat, en later ook textiel, koffie en thee en het Chinese porselein dat Delft later beroemd zou maken. De gebouwen zijn amper veranderd in bijna 400 jaar!

    (Mocht je het graag bekijken, dan wordt de volledige route 15-20 minuten langer. Het pakhuis vind je aan het water, het is het witte gebouw links van het Armamentarium.)

    Gravures 1730, L. Schenk en A. Rademaker | Foto 1900, TU Delft | Gravure Gemeenlandshuis, C. Decker (ca. 1680) | Pentekeningen VOC, onbekend (18e eeuw): allen Stadsarchief Delft, public domain.
  13. De VOC en de WIC

    Het klinkt zo mooi: exotische goederen en oneindige weelde. Maar je moet weten dat de VOC en WIC diep onethisch handelden. Met excessief geweld werden handelsmonopolies afgedwongen, en hele bevolkingsgroepen werden verdreven of uitgemoord. Ook werd er op grote schaal gebruik gemaakt van slavernij en dwangarbeid. De enorme weelde aan de Oude Delft werd mede hierdoor gefinancieerd.
    Het gezin van de Delftse Pieter Cnoll in 1665 met twee Indonesische slaven. (Rijksmuseum, public domain)
  14. De Oude Kerk

    De scheve reus van Delft

    Vanaf de Oude Delft zie je hem al omhoogrijzen: de Oude Kerk, het oudste nog bestaande gebouw van Delft. Al sinds de 13e eeuw torent deze gotische basiliek boven de daken uit. Waar de Nieuwe Kerk op de Markt staat voor koninklijke perfectie en rechte lijnen, is deze kerk het symbool van imperfectie en Hollandse nuchterheid.
    De Oude Kerk in 1660. Ook hier heeft deze kerk geen glas-in-loodramen, omdat deze net als bij de Nieuwe Kerk slechts enkele jaren hiervoor waren weggeblazen door de kruitramp.
    Kijk eens omhoog naar de toren. Je hoeft geen meetinstrument te hebben om te zien dat er iets goed mis is! De 75 meter hoge toren hangt bijna twee meter uit het lood.. Dit is geen architectonische grap, maar een foutje dat bijna catastrofaal afliep.

    Toen de bouwmeesters in 1325 begonnen te metselen aan de toren, hadden ze de zachte ondergrond van de gedempte gracht behoorlijk onderschat; halverwege de bouw zakte de toren al scheef. In paniek (of pure Hollandse koppigheid) besloten ze niet te stoppen, maar 'recht door te bouwen' op de scheve basis. Het resultaat is de beroemde knik die je halverwege de toren ziet.
    De Oude Kerk in 1675.
    Maar deze kerk is meer dan een bouwkundig wonder; het is de rustplaats van de grootste zeevaarders en kunstenaars. Terwijl de Nieuwe Kerk de Oranjes herbergt, liggen hier de burgers die Delft op de kaart zetten. Piet Hein (de veroveraar van de Zilvervloot) en Antoni van Leeuwenhoek hebben hier prominente graven. En ergens onder de koude vloer, in een sober en lange tijd onbekend graf, ligt Johannes Vermeer.

    Ook deze kerk mag een rots in de branding worden genoemd, want naast de scheve toren heeft ook de Oude Kerk erg moeten lijden onder de stadsbrand in 1536, en de kruitramp in 1654.

    Het kerkgebouw is maandag t/m zaterdag tegen entree te bezichtigen.

    Het interieur van de Oude Kerk.
    De glas-in-loodramen, pas hersteld in de 20e eeuw: tussen 1955 en 1972.
    Kijk naar de kleine torentjes op de hoeken van de grote toren. De Oude Kerk heeft iets dat weinig voorkomt in Nederland: vier hoektorentjes rond de spits. Dit is een architectonische stijl die je doorgaans in Vlaanderen of Noord-Frankrijk ziet. Het verraadt dat de architecten van de 14e eeuw hun inspiratie (en waarschijnlijk hun vaklieden) uit het zuiden haalden. Vlaanderen (met steden als Brugge en Gent) liep in die tijd architectonisch en economisch voorop.
    In de toren hangen 2 bijzondere klokken; de Trinitasklok (bijna 9000 kilo) uit 1570, en de Laudateklok (ruim 2000 kilo), uit 1719. De klokken worden dagelijks met een hamer aangeslagen om de halve en hele uren aan te geven, en de lichte klok luidt (m.a.w. gaat zelf heen en weer) bij de wekelijkse kerkdiensten. Maar de zware klok is zó zwaar, dat hij alleen bij extreme rampen of koninklijke uitvaarten mag worden geluid, uit angst dat de trillingen de toren definitief doen instorten.
    Hoofdfoto (bewerkt): Ferditje, CC BY-SA 3.0. Schilderij 1660, H.C. van Vliet | Schilderij 1675, Jan van der Heyden: beiden Wikimedia Copmmons, public domain. Foto interieur en Foto glas-in-loodramen: beiden H.J. ten Napel, CC BY-SA 4.0. Foto Trinitasklok, Ton Kerklaan | Foto kerktoren, Kees Spiero: beiden Stadsarchief Delft, cc-0.
  15. Het Prinsenhof

    Het hoofdkwartier van Willem van Oranje

    Het Prinsenhof was, in tegenstelling tot wat je misschien denkt, geen luxe paleis voor een prins. Tot in de zestiende eeuw liepen hier zwijgende nonnen door de gangen; het was het Sint-Agathaklooster.

    Dit was de tijd van Willem van Oranje. Hij werd de leider van de Opstand tegen Spanje, en werd staatsvijand nummer één. Opgejaagd door huurmoordenaars, gestuurd door Filips II, week Willem in 1572 uit naar Delft. Het was de perfecte uitvalsbasis: Delft was een vesting, het lag dichtbij het parlement in Den Haag, en het bood een vluchtroute naar zee.
    Willem van Oranje in 1580.
    Willem nam zijn intrek in het sobere klooster, en dit werd het politieke en militaire hart van de Opstand. Hier woonde hij met zijn gezin, en hier werd gewerkt. Maar op 10 juli 1584 sloeg het noodlot toe. Willem had net geluncht met de burgemeester van Leeuwarden, en liep naar zijn werkkamer. In de schaduw van een pilaar wachtte Balthasar Gerards, een katholieke fanaticus.

    Toen de Prins de trap op wilde lopen, stapte Gerards naar voren, trok een pistool en schoot. Willem werd geraakt door drie kogels en zakte in elkaar. Het was de eerste politieke moord met een vuurwapen in de wereldgeschiedenis.
    De impact was gigantisch. De Vader des Vaderlands was dood, en Delft was in absolute rouw en paniek. Wat moesten ze zonder hun leider die de verdeelde provincies bij elkaar had gehouden, terwijl de vijand oprukte? Alle hoop leek verloren.

    Er volgden vier wanhopige jaren. Willems zoon, Maurits van Oranje, nam op zijn 18e verjaardag - ruim een jaar na de dood van Willem - zijn plek in. Intussen zocht Nederland wanhopig en tevergeefs naar een troonopvolger. Omdat niemand de kroon wilde, besloten de zeven opstandige provincies in 1588 om het dan maar zelf te doen: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd opgericht. Maurits bleek een militair genie; hij hervormde het leger en begon de Spanjaarden terug te dringen. Nederland was gered!

    *Museum het Prinsenhof is momenteel voor onbepaalde tijd gesloten vanwege een verbouwing.

    Een reconstructie van de moord (geprojecteerd op de bewuste plek in het Prinsenhof), en de kogelgaten die nog steeds in de muur zitten.
    De tuin van het Prinsenhof.
    👑 Tijdens zijn leven had Willem veel kritiek gekregen. Door de moord werd hij in één klap een held. Dit zorgde voor een enorme saamhorigheid die de Nederlandse bevolking verenigde tegen Spanje.

    🛡️ Willem was een geweldig diplomaat en politicus, maar eerlijk gezegd een matige generaal; hij verloor bijna elke veldslag! Maurits bleek het tegenovergestelde: een zwijgzame politicus, maar een militair genie. Samen met zijn leraar, de wiskundige Simon Stevin, perfectioneerde hij het leger door krijgskunde en wiskunde te combineren. Tussen 1588 en 1598 veroverde hij stad na stad terug.

    ⚔️ De kwetsbare Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd een stevig fundament dankzij de overwinningen van Maurits. Hoe tragisch ook; zonder de dood van Willem was Nederland misschien wel een koninkrijk onder Engelse of Franse bescherming geworden.
    Portret Willem van Oranje, A.T. Key (1580) | Schilderij van de moord, H.A. van Trigt (19e eeuw) | Portret Maurits, D. van den Queborn (1588): alles Wikimedia Commons, public domain. Foto reconstructie: Wikimedia Commons, cc-0. Foto kogelgaten (bewerkt): Juvarra, CC BY-SA 3.0.
  16. Molen de Roos

    De molen die werd opgetild

    Aan de rand van de oude binnenstad, precies op de plek van de vroegere stadswallen, staat een statige wachter: Molen de Roos. Met zijn enorme wieken steekt hij trots boven de moderne stad uit. In zijn eentje, want het is de allerlaatste van de vijftien windmolens die ooit in Delft stonden. Waar de andere veertien zijn gesloopt, afgebrand of ingestort, heeft De Roos al meer dan 300 jaar elke storm, ramp, en vernieuwingsdrang overleefd. En daar is keihard voor gewerkt!
    Een houtzaagmolen op de voorgrond, en De Roos op de achtergrond, in 1761.
    Al in 1352 stond hier een houten molen, die tot 1760 meerdere malen is verbouwd tot de huidige 'stellingmolen': een molen met een stelling om het steeds hoger wordende bouwwerk te ondersteunen.

    In 1929 begon de molen scheef te staan door de aanleg van een tramrails. Er werd beton onder de molen gespoten om de fundering te stabiliseren, en in deze scheve maar stabiele staat heeft de molen als absolute oorlogsheld in de Tweede Wereldoorlog de Delftenaren voorzien van meel. Er was geen elektriciteit of brandstof, maar er was wind! Hierna raakte de molen echter ernstig in verval. In 1990 werd de molen tenauwernood gered dankzij een inzameling. Hij werd helemaal opgeknapt en kon weer malen.
    De molen in 1885.
    Tot 2010, toen er een spoortunnel aangelegd moest worden, PRECIES onder de molen. Ingenieurs bedachten een briljant plan: er werd een hydraulische lift onder de molen gebouwd waarmee de molen kon worden opgetild, en zo kon de tunnel onder de molen door worden gebouwd. Ook werd er een soort brug voor de molen gebouwd, waardoor deze los stond van de tunnel, en niet mee zou trillen bij elke trein. De molen werd in 2012 - een meter hoger - weer neergezet, en staat sindsdien steviger dan ooit. En, sinds 2015 maalt de molen weer meel!

    *Je kunt de molen gratis bezoeken: vr. 13:00-16:30, en wo. en za. 10:00-16:30. De winkel in de molen is wo t/m za van 9.00 - 17.00 uur geopend, waar je terecht kunt voor biologisch meel, brood en bakproducten.

    De molen wordt hydraulisch opgetild om de spoorwegtunnel te graven, 2012.
    De opgetilde molen.
    Korenmolens, houtzaagmolens, oliemolens, cementmolens. Delft had ooit achttien windmolens tegelijkertijd! Op deze kaart van rond 1700 zie je negen windmolens (er waren er waarschijnlijk meer die niet gegraveerd zijn), en allemaal werden ze op de stadswallen gebouwd. De Delftenaren hadden meerdere goede renenen om dit te doen. Kun je bedenken wat deze redenen waren, en waarom ze bijvoorbeeld niet buiten de stadsmuren werden gebouwd?
    Logischerwijs was het bouwen van een windmolen in de stad niet erg praktisch; het was te krap, en er was te weinig wind. Op de stadswallen vingen de hoge molens veel wind, en stonden ze niet in de weg. Maar er was nog een goede reden om dit te doen: de meeste van deze molens waren korenmolens, en in tijden van oorlog, als de stad belegerd werd en de poorten dicht moesten, moest de stad zichzelf kunnen voeden.
    Voor de maalstenen werd vroeger basaltlava gebruikt, een zeer hard vulkanisch gesteente, om slijtage zoveel mogelijk te voorkomen. Maar ook harde gesteenten slijten. Er belandde dus niet alleen meel in het brood, maar ook.. heel fijn steengruis! Dit werd voor lief genomen, maar resulteerde wel op grote schaal in ‘molenaarstanden’; extreme tandslijtage door het gruis in brood en pap dat als schuurpapier werkte. Gelukkig koop je dankzij nieuwe steensoorten en technieken tegenwoordig meel zonder gruis bij deze molen.
    Foto 1885: Wikimedia Commons, public domain. Tekening 1761 | Kaart 1700: beiden Stadsarchief Delft, public domain. Foto’s 2012: beiden Stadsarchief Delft, cc-0.
  17. Hofje van Gratie & Hofje van Pauw

    Sociale huisvesting vanaf de 16e eeuw

    Je staat hier voor een typisch fenomeen uit de Gouden Eeuw: een hofje. Van de zeven die Delft er ooit had, zijn er nog vier over, en hier zitten er twee naast elkaar. Hofjes waren de sociale woningen van de 17e en 18e eeuw, maar dan met een Christelijk randje. Rijke burgers lieten bij hun dood hun fortuin na om een hofje met huisjes te bouwen voor arme weduwen of ouderen. Dat was niet alleen liefdadigheid, het was ook een 'verzekeringspolis'; door goed te doen op aarde, hoopte de stichter op een plekje in het hiernamaals.
    Het hofje van Gratie rond 1730.
    Onze route gaat eerst langs het Hofje van Gratie. Helaas kun je de prachtige binnentuin niet bekijken, maar het straatje is iconisch. Dit hofje, opgericht in 1575, lag eerst naast het wapenmagazijn aan de Oude Delft. Toen deze in 1660 moest uitbreiden, moesten de bewoners eruit. De regenten kregen van de gemeente gratis een stuk grond in het kruitrampgebied, en van het geld dat ze kregen voor de huisjes konden ze een extra huisje bouwen, wat je terug ziet in een gedichtje aan de gevel. Bijzonder aan dit hofje is dat er echtparen mochten komen wonen.
    Een bewoner in de binnentuin van het Hofje van Gratie, ca. 1938.
    Loop je na dit straatje naar links, dan kom je bij het Hofje van Pauw, waar je wel naar binnen mag om de mooie tuin te bekijken! Dit hofje is opgericht door Elizabeth Pauw, (destijds) voor alleenstaande vrouwen. Elizabeth, zowel dochter als weduwe van twee machtige burgemeesters, stierf kinderloos in 1703. In haar testament liet ze een enorm bedrag na om dit paradijsje te bouwen. Dit was uit liefdadigheid, maar zoals je eerder las ook een ticket naar de hemel, zo dacht men. De bewoonsters leefden hier gratis, in hun eigen huisje rond de binnentuin.
    De poort naar het Hofje van Pauw.
    In het Hofje van Pauw vind je een hele bijzondere Moerbeiboom. De boom staat in een afgesloten deel, maar is vanuit de tuin en vanaf de Paardenmarkt te zien. Uit recent onderzoek blijkt dat hij waarschijnlijk bij de bouw van het hofje is geplant, in 1707. Daarmee is de boom ruim 300 jaar oud, en behoort hij tot de oudste bomen van Delft. De VOC moet de boom destjids naar Delft hebben gebracht. Deze zal erg kostbaar zijn geweest, maar Elizabeth Pauw had dan ook veel vermogen nagelaten.
    De ramen en deuren van het Hofje van Gratie zien er perfect 17e-eeuws uit, met kleine ruitjes en oude luiken. Maar schijn bedriegt! In de 19e eeuw vond men die oude stijl maar ouderwets en armoedig, en daarom lieten de regenten alles ‘moderniseren’. Pas in de jaren ’60 van de vorige eeuw hebben architecten de gevel weer helemaal teruggebracht naar hoe het er in de 17e eeuw uitzag. De bijzondere uitstraling van het hofje vandaag de dag is hieraan te danken!
    Tekening 1730, A. Rademaker | Foto Hofje van Gratie – binnentuin (1938) | Foto Hofje van Pauw (1915) | Foto Hofje van Gratie – straatkant (1930): allen Stadsarchief Delft, public domain. Luchtfoto: Google Maps. Foto moerbeiboom: Wikimedia Commons.
  18. De Kruitramp op de Paardenmarkt

    Een nationale ramp

    De Paardenmarkt is nu een rustige parkeerplaats met veel groen. Maar zo'n vier eeuwen geleden vond hier een van de grootste rampen uit de Nederlandse geschiedenis plaats.

    We gaan terug naar 12 oktober 1654. Hier stond het Clarissenklooster, vanaf de poort van het Hofje van Pauw gezien links schuin voor je. In de kelders daarvan lag het "Secreet van Holland" verborgen: de nationale kruitvoorraad. Hier lag maar liefst 40.000 kilo zwart buskruit opgeslagen, in feite midden in een woonwijk.
    De Paardenmarkt en het Clarissenklooster in 1581.
    Rond half elf in de ochtend liep de beheerder de kelder in om een monster te nemen. Wat er precies misging zullen we nooit weten – een vonk, een vallende kaars?

    Er volgde een explosie, zo krachtig dat de knal tot op Texel te horen was. Omgerekend naar TNT-kracht wordt deze explosie vier tot vijf keer zo groot geschat als de vuurwerkramp in Enschede. In een oogwenk werd een groot deel van de stad weggevaagd. Huizen werden verpulverd, bomen ontworteld en grachten werden drooggeblazen door de luchtdruk.
    Naar schatting honderden mensen kwamen om het leven, waaronder de schilder Carel Fabritius. De stad was in shock. Op de plek van de explosie was een krater van vijf meter diep geslagen. Zo’n 500 gebouwen waren met de grond gelijk gemaakt, en elk huis in Delft was beschadigd.

    Voor het eerst ooit werd er landelijk geld ingezameld, en de wederopbouw kwam snel op gang. Binnen een paar jaar was de stad weer nagenoeg herbouwd. De rampplek bleef leeg: het werd een paardenmarkt.
    Een verhaal dat meermaals is naverteld en hier te zien: de een jaar oude baby Elias van Culemborg werd in zijn kinderstoel gevonden, omringd door verwoesting. De kinderstoel was weggeblazen, maar had een zachte landing gemaakt, en de baby mankeerde niets.
    De Paardenmarkt in 1680, met op de achtergrond het wapenmagazijn.
    Het is ironisch: nadat het kruitmagazijn was ontploft, bouwde de stad hier… een wapenopslagplaats! Maar wel zonder kruit. Deze zie je al op de achtergrond in de tekening uit 1680. Haaks op dit gebouw werden eerst stallen gebouwd, maar in 1845 werden deze gesloopt om plaats te maken voor de Artilleriekazerne. Je ziet ze op de onderstaande afbeeldingen. Kun je ze beide localiseren op de Paardenmarkt?
    🧺 Een enorm geluk bij een ongeluk: op deze dag werd de Varkensmarkt gehouden in Schiedam. Veel inwoners waren hierdoor niet in Delft tijdens de ramp, anders had het dodental vele malen hoger gelegen.

    ⚡De beroemde dichter Constantijn Huygens zat in Den Haag toen de klap viel. In een gedicht beschreef hij de verwarring. In Den Haag dachten ze dat de vijand aanviel, of dat de wereld verging. Hij schrijft over de donder die uit de aarde kwam in plaats van uit de lucht.

    🌑 Dirck van Bleyswijck was een geschiedschrijver die in Delft woonde. Hij beschreef de choas vlak na de klap. Door het stof en de rook werd het midden op de dag aardedonker, en mensen konden geen hand voor ogen zien. Hij beschreef hoe mensen verdwaasd door de straten liepen, zwart van het roet, niet wetend of hun familie nog leefde.
    Hoofdafbeelding, Caspar Luyken (1698): Rijksmuseum, public domain. Kaart Paardenmarkt 1581, F. Hogenberg | Schilderij ramp, onbekende maker | Tekening met baby Elias, onbekende maker | Paardenmarkt 1680, C. Decker | Wapanmagazijn, naar een tekening van A. Rademaker (1730): allen Stadsarchief Delft, public domain. Foto 1904: A.J. Prins, CC BY-SA 4.0.
  19. Terug naar het heden

    Loop vanaf de kazerne met de rode deuren naar rechts. Terwijl we terug lopen naar het beginpunt van ons avontuur, passeren we nog een aantal bijzondere plekken.

    Aan het raam 180 vind je allereerst de voormalige bibliotheek en tevens het visitekaartje van de Technische Hogeschool (nu de TU Delft), gebouwd in 1915. In 1997 verhuisde de bibliotheek, maar de monumentale buitenkant blijft onveranderd.

    Aan het einde van deze straat vind je de gezellige gracht Rietveld, die door het hoge water een heel andere sfeer uitstraalt dan de Oude Delft of de Voldersgracht. Het water stroomt nog net niet over de kade!
    Het Rietveld rond het jaar 1900, gezien vanaf de Drapeniersbrug. De hogere kade betekent niet dat deze destijds minder verzakt was, maar dat het waterpeil nog niet zo kon worden beïnvloed als nu.
    De veengrond waar Delft op is gebouwd klinkt in (zakt in) als het wordt ontwaterd, en met name dit deel van het centrum is hierdoor flink gezakt in de loop der eeuwen. Het 'boven water' houden van de kade vraagt de nodige maatregelen.

    Lopend naar rechts kom je weer uit bij het gezellige, oude centrum. Zou je graag bij de Oostpoort eindigen, volg dan onze route via het Vrouwenrecht en het Oosteinde, hier naar links. Deze grachten zijn rond 1350 gegraven, als oostelijke grens van het toen jonge Delft.
    De fabriek van De Porceleyne Fles rond het jaar 1900.
    De gracht bevindt zich eerst rechts van je, en verspringt dan naar je linkerkant. Op nummer 175 (0) vind je het voormalig pand van plateelfabriek De Porceleyne Fles, die hier al in 1653 werd gevestigd! De fabriek verhuisde in 1916 naar buiten het centrum, en is vandaag de dag de laatste plateelfabriek in Delft. Aan de panden die zijn toegevoegd aan nr. 175 kun je zien hoe groot de fabriek is geweest.

    Steek je de gracht hier over, dan vind je vlakbij de Oostpoort op de muur van de basisschool een bordje over Antoni van Leeuwenhoek. Op precies deze plek stond het huis waarin hij werd geboren.

    En zo zijn we weer terug waar we dit avontuur zijn begonnen.
    Een foto genomen rond het jaar 1900 vanaf de Catharijnebrug, naast de Oostpoort. Precies hetzelfde aanzicht als de foto bovenaan de pagina.
    Hoofdfoto (bewerkt): Stck w, CC BY-SA 4.0. Alle overige foto’s: Stadsarchief Delft, public domain.
  20. Je hebt de route voltooid!

    Namens het team van Loculy: bedankt dat je met ons op pad bent gegaan. We hopen dat je hebt genoten van de verhalen en geheimen van de stad.

    Mocht je nog vragen hebben of iets willen delen over je ervaring, dan kun je altijd contact opnemen met Wouter: ‪+31 646142923‬‬.

    Help ons groeien met jouw ervaring!
    Als klein team met een grote passie voor steden, helpt jouw ervaring ons enorm om te groeien en nog mooiere routes te maken. Zou je een paar minuten willen nemen om een review achter te laten? Dat zouden we fantastisch vinden.

    Nogmaals bedankt en hopelijk tot ziens in een andere stad!

    Groeten, Team Loculy