⠀⠀➜⠀Verander het tekstniveau

Welkom bij Loculy!

Wil je de tour graag doen met tekst voor volwassenen, of met tekst voor kinderen (vanaf 8 jaar)?

De tour is nu ingesteld op tekst voor volwassenen.

⠀⠀➜⠀Uitleg

Welkom bij je Loculy tour!

Wat leuk dat je op pad gaat om de verhalen van deze stad te ontdekken. We hopen dat je zult genieten van de verborgen verhalen, de verrassende weetjes en de levende herinneringen aan het verleden.

Zo werkt het:

📲  Swipe om naar de volgende of vorige locatie te gaan, of gebruik de pijltjes.
📍 Klik op de ‘Route’-knop op elke pagina voor een directe route in Google Maps.
🖼   Druk op een afbeelding om deze te kunnen inzoomen.

Mocht er iets onduidelijk zijn, dan kun je Wouter bellen op ‪+31 646142923‬.

Tijd om te beginnen. Veel plezier!

⠀⠀➜⠀Kaartje met de route

Gouda door de eeuwen heen

Hieronder vind je een kaart waarop we voor jou de leukste wandelroute hebben uitgestippeld langs alle bestemmingen. Je kunt de kaart opslaan op je telefoon, er een screenshot van maken, of terug swipen als je ‘m wilt bekijken.

De Mallegatsluis

Het verzoek van Willem van Oranje

We beginnen onze reis bij de Mallegatsluis. Als je een schipper was in de 16e eeuw, en tussen Rotterdam en Amsterdam voer, ging de route dwars door Gouda. Dit was de kortste route, en hier maakten de Gouwenaars slim gebruik van! Ze lieten de route door de binnengrachten gaan, en lieten de schippers tol betalen.

De boten moesten door de smalle grachten van Gouda, en door de Donkere Sluis. Hier kon maar één boot tegelijk 'geschut' worden. Omdat al het vervoer destijds over het water ging, was het hier een constante drukte van schepen geladen met turf, laken en bier. Boten stonden hier soms dagenlang in de file!
Een kaart uit 1650; de boten moesten door de smalle binnenstad.
In de Tachtigjarige Oorlog moesten ook de militaire schepen van Willem van Oranje langs deze vaarroute, en dit leverde veel te veel vertraging op. In 1577 kwam er op dringend verzoek van de prins een nieuwe sluis, om de schepen van de Geuzen snel langs de stad te laten varen. Dit was de eerste Mallegatsluis, die hierna nog een paar keer herbouwd is.
De nieuwe sluis voor de militaire scheepvaart, waar verder niemand door mocht.
Pas vanaf 1798 mochten ook de gewone schepen langs deze sluis, en werd de tol opgeheven. De huidige Mallegatsluis dateert uit 1764, en de naam ook. Veel binnenwateren dragen deze naam, naar het 'malle' (onvoorspelbare) kolkende water van de riviermonding waar de schippers doorheen moesten manoeuvreren.
De huidige sluis heeft twee hefdeuren die uit het water worden getild.
Onderhoud aan de sluis in 1884.
Kun je uitleggen hoe een sluis werkt?
Een sluis is een doorgang tussen twee wateren met een verschillend waterpeil, waar in dit geval ook schepen doorheen kunnen verplaatsen (het ‘schutten’ van schepen). Hieronder zie je hoe dat gaat.
🧀 Vanaf de sluis zie je aan de overkant de voormalige Kaaspakhuizen van J. de Zwet en Zonen, die in 1898 en 1912 zijn gebouwd voor de opslag en handel van, jawel… Goudse kaas!

🚢 In het binnenwater van Gouda, direct naast de sluis, vind je de Museumhaven. Dit is een gratis openluchtmuseum, waar schepen liggen die tussen 1900 en 1950 operatief waren. Je vindt na de sluis een informatiebord.
Hoofdfoto (bewerkt): Frans Berkelaar, CC-BY 2.0. Kaart (1650) en zwart-wit foto: SAMH Gouda, public domain. Foto sluis in actie (bijgesneden): S.J. de Waard, CC-BY-SA 3.0. Animatie sluis: Thomas, CC-BY-SA 3.0. Foto Museumhaven: Frans Berkelaar, CC-BY-SA 2.0.

⠀» De Rotterdamse Poort «

🔎 De Rotterdamse Poort

Vlak achter de sluis stond vroeger de Rotterdamse poort. Gouda had ooit vijf stadspoorten, wat over land de enige ingangen waren tot de stad. Deze poort werd al vóór 1373 gebouwd. In 1991 werden de funderingen opgegraven, en in 2004 werden weer een stukje ‘opgemetseld’; door op de fundering omhoog te bouwen komt de geschiedenis weer tevoorschijn.

⠀● Route naar de Gouwekerk

🧭 Naar de Gouwekerk

Via de Raam lopen we naar de Gouwekerk. Ben je avontuurlijk? Steek dan door bij het steegje ’t Oude Halletje.

Hecht je meer waarde aan bewegingsruimte en ademhalen, of ben je met een rolstoel? Neem dan de volgende veel bredere steeg: de Lange Willemsteeg. (‘Langhe Willem’ was in 1392 eigenaar van de huizen in deze steeg.)

De Gouwekerk

De comeback van de katholieken

Wie door de straten van Gouda loopt, kan er niet omheen: de enorme toren van de Gouwekerk die boven alles uitsteekt. Met een hoogte van 80 meter is dit de hoogste kerktoren van de stad.

De kerk is relatief nieuw: hij werd tussen 1902 en 1904 gebouwd, op de plek waar eerder een kleinere kerk stond: de Sint-Jozefkerk uit 1767. En deze was weer gebouwd op de plek van een schuilkerk: de Goudsbloem.
De Jozefkerk in de 19e eeuw.
Tijdens de Reformatie in Nederland in de 16e eeuw waren de calvinisten grotendeels aan de macht gekomen. Alle kerken werden ingenomen, en katholieken moesten hun toevlucht ergens anders zoeken. In deze tijd werden er massaal schuilkerken ingericht: geheime kerkjes in bijvoorbeeld woonhuizen of pakhuizen.
1902: de bouw van de Gouwekerk. Om het bouwwerk op de zachte veengrond te kunnen bouwen, zijn er zo’n 2000 heipalen de grond in geslagen.
De architect van de Gouwekerk kreeg de opdracht om een gebouw te ontwerpen dat de herwonnen zelfverzekerdheid van de katholieken uitstraalde (en stiekem ook hoger was dan de Sint-Jan). Het resultaat was een prachtige kerk in neogotische stijl, rijk versierd én de hoogste van Gouda!

Tegenwoordig worden hier geen diensten meer gehouden; het is een multifunctioneel centrum geworden voor evenementen en bijeenkomsten.
Een ijsbaan in de kerk!
Loop een stukje terug, naar waar de Keizerstraat stopt. Hier zag je misschien net al het Remonstrantse Poortje. Ooit zat ook hier een schuilkerk, maar dan voor de remonstranten. Deze groepering was een afsplitsing van de protestanten, en ook hun overtuiging werd niet getolereerd. Ook hier werd op de plek van de schuilkerk in de 19e eeuw een kerkgebouw neergezet. Dit schilderachtige poortje is na de sloop bewaard gebleven, en is nu een monument.
De Reformatie

✊🏽 Vóór de hervorming was onder de Habsburgse regering het katholicisme de enige toegestane godsdienst. Andersdenkenden werden als ketters vervolgd en vaak ter dood gebracht. Maar steeds meer mensen hadden kritiek op het katholicisme, wat al was begonnen toen Maarten Luther zijn stellingen op een kerkdeur spijkerde in 1517.

⚔️ De kern van het conflict lag voor de protestanten bij de rijkdom van de kerk, de macht van de paus en de verering van heiligenbeelden. In 1566 was de Beeldenstorm de aanleiding voor de Tachtigjarige Oorlog, waarbij de Spanjaarden de katholieke orde kwamen herstellen. Steeds meer mensen gingen de katholieke kerk zien als de vijand, en in 1572 sloten steeds meer steden zich aan bij de Opstand. De katholieke mis in het openbaar werd vanaf toen verboden. Pas rond 1800 werd dit verbod langzaamaan opgeheven.

Hoofdfoto (bewerkt): Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC-BY-SA 4.0. Foto Jozefkerk (19e eeuw) en afbeelding Beeldenstorm: Wikimedia commons, public domain. Foto bouw: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, CC-BY-SA 4.0. Foto schaatsbaan (bijgesneden): Gouwenaar, CC-BY-SA 4.0.

De Hoge en Lage Gouwe

De oorsprong van Gouda

De oorsprong van Gouda ligt hier, waar ooit de rivier de Gouwe liep. De naam Hoge en Lage Gouwe verwijzen naar het oorspronkelijke hoogteverschil tussen de twee oevers.

Maar naast het fundament van Gouda, is dit ook de plek waar de Goudse rijkdom is ontstaan. In de 15e en 16e eeuw was dit het kloppende hart van de Goudse industrie, waar op dat moment naast textiel vooral bier werd geproduceerd. Gouda was een van de grootste bierproducenten in heel Europa! De stad telde in die tijd bijna 200 brouwerijen, en een groot deel daarvan was hier gevestigd.
Een schematische weergave van de Gouwe rond 1650.
De locatie aan de gracht was essentieel. Boten met goederen konden naast het pand aanmeren, en snel goederen laden en lossen. Logistiek gezien was dit nu ook weer niet heel praktisch, aangezien de voltallige scheepvaart ook door deze gracht moest. Dit leverde nogal wat problemen op, en hier kwamen dan ook strenge regels voor.

Toch bleef Gouda het zo doen; de schippers betaalden tol en gaven geld uit tijdens de dagenlange wachttijden, en de brouwers betaalden accijns.
Een kaart uit dezelfde tijd, maar dan van Groningen. Zo zal de kade er daadwerkelijk uit hebben gezien, vol met ‘putstoelen’*.
De bierindustrie maakte Gouda schatrijk. Toen deze langzaam verdween door onder andere concurrentie en de komst van koffie en thee, nam de succesvolle pijpenindustrie de gracht over. Tabak werd in de 17e eeuw steeds toegankelijker, en Gouda maakte hier slim gebruik van.

Rond 1850 nam de industrie hier langzaam af door de komst van treinverkeer. De gigantische bierpanden werden pak- en woonhuizen, kleinere ambachtelijke werkplaatsen, en later ook winkeltjes.
De Gouwe rond 1900.
Loop naar de Lage Gouwe 136. Dit pand is waarschijnlijk een stuk ouder dan het jaartal op de gevelsteen, en het is goed mogelijk dat dit een bierbrouwerij is geweest. Je ziet namelijk zeldzame sporen van een kelderluik en een ‘koekoek’. De grijze, stenen platen geven weg dat hier vroeger een opening naar een kelder heeft gezeten, en de koekoek bood daglicht en frisse lucht in een opslagkelder.

👉🏽 Wordt vervolgd bij de vraag.
Waarom hadden deze panden doorgaans opslagkelders onder het huis, terwijl de panden al heel groot waren, en het maken van een kelder niet makkelijk was?
🏢 Er werden gigantische hoeveelheden bier geproduceerd, en voor zowel de ingrediënten, het brouwen en het rijpen was veel ruimte nodig.

⚓ Door de drukte in de gracht was het belangrijk dat laden en lossen snel ging. Mout en graan werden naar de droge zolder gehesen, terwijl turf rap door het luik naar de turfkelder ging.

🍺 Het eindproduct, de volle vaten bier, moesten dagen tot weken rijpen op een koele plek. Een koele kelder was absoluut noodzakelijk.
🪣 *Putstoelen 🪣

Brouwerijen hadden enorme hoeveelheden water nodig, wat – als het water schoon genoeg was – uit de gracht werd gehaald. Dit werd gedaan met een putstoel. Deze had een zitplaats, een goot, en een hefboom met een zak of emmer. De ‘putter’ zat op de stoel, schepte dankzij de hefboom met contragewicht makkelijk water uit de gracht, en goot dit in de leiding die naar de brouwerij liep.

Hoofdfoto (bewerkt): Txllxt TxllxT, CC-BY-SA 4.0. Kaart Gouda (1650) | Foto Gouwe (1900) | Foto apotheek (ca. 1930): alle SAMH Gouda, public domain. Kaart Groningen (1640): Beeldbank Groningen, public domain. Kelderluik, uit een tekening van A. Rademaker (1730): Stadsarchief Delft, public domain. Ets putstoel, Caspar Luyken (1694): Rijksmuseum, public domain.

De Visbanken

Een 450 jaar oude marktkraam

De Visbanken zijn een van de oudste monumenten van Gouda. Al in de middeleeuwen werd er vis verhandeld op de Markt, maar in de 16e eeuw verplaatste de vishandel hierheen. In 1588 werden deze stenen marktkramen speciaal voor de vismarkt gebouwd, die vast op woensdag en zaterdag plaatsvond. Hier werd zowel zoetwatervis uit de omliggende rivieren als zoutwatervis uit de Noordzee verkocht.
De visbanken rond 1850. In dit jaar is de loopbrug die hier nog net zichtbaar is weggehaald. De stenen brug erachter (de Hoornbrug) is in 1955 herbouwd.
Stel je een ochtend voor in het jaar 1600. Het is druk! Je hoort het klotsen van de Gouwe tegen de kade, het schrapen van houten boten langs de oever en het geroep van handelaren. De lucht is doordrongen van rivierwater en verse vis. Vissers hebben hun vangst vroeg aangevoerd; snelheid is cruciaal zonder koeling. Vismeesters controleren kwaliteit, gewicht en prijs. De handel kan beginnen!
De Visbanken rond het jaar 1900.
Vis was een belangrijk onderdeel van de voeding in deze tijd, maar het was ook een bron van voedselvergiftiging. Daarom hield de stad hier streng toezicht, en werd slechte vis afgekeurd. De overkapping zorgde voor schaduw en beschermde de koopwaar tegen de zon, en de stenen bladen waren makkelijk schoon te schrobben met water uit de gracht.

Rond 1880 stopte de vishandel aan particulieren, en werd dit tot ongeveer 1905 een visafslag voor handelaren. In 1902 werd voorgesteld de Visbanken te slopen, maar gelukkig werd dit voorkomen, en zijn deze bijzondere bouwwerken bewaard gebleven!
De visafslag, hier te zien in een van de laatste jaren, trok veel bekijks.
Welke van de volgende stellingen zijn waar, denk je?

👃🏼 A. In de 16e eeuw vond vishandel plaats op de Markt, naast het stadhuis. Vanwege de enorme stank werd de handel echter verbannen naar een plek ver van de Markt.

🐱 B. In de 17e eeuw had Gouda een ‘katten-schoonmaakploeg’; een groepje katten dat speciaal werd gehouden om de vismarkt aan het einde van de dag ‘schoon’ te maken.

🐡 C. In de 19e eeuw werden trucs toegepast om vis er beter uit te laten zien; kieuwen werden geverfd, en vissen werden met een pijpje opgeblazen om ze er dikker en gezonder uit te laten zien.

🍫 D. In 1881 kreeg Gouda haar eerste chocoladefabriek, die een briljante zet dacht te maken met hun ‘Chocolade Broodsmeer uit Gouda’: ze vervingen de cacaoboter door visolie, en hadden chocoladepasta met vissmaak gemaakt. Het werd geen landelijk succes.
👃🏼 A. Helemaal waar! Het stonk te erg om de handel op de Markt te houden. 🤢

🐱 B. Klinklare onzin voor zover we weten. 🤭

🐡 C. Het is waar. 😬 Odilia Corver gaf in haar kookboek van 1887 tips om louche scams te herkennen. Over het blaaspijpje zei ze: “Men stelle zich dien adem maar eens voor, bezwangerd met de geuren van alcohol, tabak of de gevolgen eener borstkwaal. Blaas nooit in de spijzen!”

🍫 D. Niet waar. 🙃 In 1968 werd er voor het eerst chocolade gemaakt in Gouda, en gelukkig zonder visolie!
📣🗯️ De visverkoop is al sinds de Middeleeuwen een vrouwenberoep. Deze vrouwen werden viswijven genoemd, wat toen een heel normaal woord was. Omdat deze vrouwen doorgaans uit lagere standen kwamen en nogal grof en luid waren, kreeg het woord later een negatieve lading.

💧🍺 Enkele tientallen meters na de Visbanken tapten de brouwerijen het water voor hun bier. Om te zorgen dat er geen visresten in het bier kwamen, werd er vooral geen water getapt op en vlak na vismarktdagen. Gelukkig was dit een stromende rivier, en was het water snel weer ‘schoon’.

Hoofdfoto (bewerkt): Arwin Meijer, CC-BY-SA 3.0. Aquarel 1850, D.J. van Vreumingen | Foto’s 1900 en 1905 | Uitsnede kaart (Blaeu, 1650): alle SAMH Gouda, public domain.

De Leerlooiersbuurt

Een stinkende wijk

Onze doorgaande route vind je op de afbeelding hierboven.

We lopen eerst door de Vissteeg, en komen uit bij een stadsdeel dat in de 14e en 15e eeuw werd gedomineerd door leerlooiers. De gracht die je op de kaart ziet werd in 1953 gedempt. Deze straat heet nu Achter de Vismarkt, maar eeuwen geleden was dit de Louwerstrate, vernoemd naar de 'louwers' (leerlooiers).

Leerlooien was vies werk, waar stromend water voor nodig was. Zo'n 600 jaar geleden werd hier ontzettend veel leer gemaakt, want de vraag naar leer was erg groot. Ook was de lakenindustrie hier actief. Die produceerde luxe stoffen, maar ook een hoop afvalwater. Dit was een vieze, stinkende buurt!
De straat Achter de Vismarkt in 1910. Dit bruggetje grensde aan de Vissteeg.
Loop verder door deze straat, tot deze overgaat in de Naaierstraat, en loop hier naar nummer 6. Dit pand heet 'De Vier Gekroonden', en vertelt het verhaal van vier martelaren uit de 4e eeuw, die in het jaar 306 weigerden een afgodsbeeld voor keizer Diocletianus te bouwen, en ter dood werden veroordeeld.

De fundering is waarschijnlijk van voor 1400, maar het huidige pand is in 1530 herbouwd na een stadsbrand. In de bewonerslijst die is bijgehouden vanaf 1408 staan meerdere schoenmakers. Hier werd immers leer gemaakt, en het meeste leer werd gebruikt voor schoenen.
De Vier Gekroonden waren de patroonheiligen van de bouwvakkers, en de maker van de gevel was dan ook Jan die Steenhouwer.
Loop terug naar de kruising, en sla de Lange Groenendaal in. Deze straat had geen gracht, maar waarschijnlijk zaten hier wel looierijen die met hun erf uitkwamen op de gracht erachter. Verder zullen hier een heel aantal ambachtelijke werkplaatsen hebben gezeten, waaronder schoenmakers en leerbewerkers. Loop tot aan nummer 60, waar je de Looierspoort vindt, en loop deze steeg in.

Je komt uit bij het Arie Kerssensteegje, wat tot de vorige eeuw een grachtje was. Ooit met een afwateringsmolen, zeer waarschijnlijk voor de looiers. Sla rechtsaf, en al snel linksaf, naar de Geertje den Bultsteeg, die uitkomt op de Turfmarkt.
De Lange Groenendaal in 1920.
Leerlooiers in 1791.
Leerlooien is het proces waarbij dierenhuiden worden verwerkt tot duurzaam en soepel leer. Zonder deze behandeling zouden de huiden wegrotten. Het was vies werk, en de hele buurt stonk naar urine en rottend vlees. 🤢 Leerlooien ging als volgt:

🧼 Schoonmaken: Huiden werden wekenlang geweekt in baden met kalk en urine (jawel!), en daarna schoon geschraapt.
Looien: De huiden lagen maandenlang tot wel een jaar in putten met water en eikenbast. Dit bevat looistoffen (tannines), wat de huiden conserveerde.
🌬️ Drogen: De huiden werden opgehangen op droogzolders.
🧈 Vetten: Na het drogen werd het leer soepel gemaakt met olie of vet.

Het meeste leer werd gebruikt voor schoenen, maar ook riemen, schorten, zadels, teugels, tassen, blaasbalgen en nog veel meer werd gemaakt van leer. Het was onmisbaar!

Kaart (bewerkt, 1650): SAMH Gouda, public domain. Foto de Vier Gekroonden | Schilderij leerlooiers, Léonard Defrance (1791): beide Wikimedia Commons, public domain. Foto Achter de Vismarkt en Groene Langendijk: beide SAMH Gouda, public domain. Schilderij schoenmakers, David Ryckaert III (1650): Rijksmuseum, public domain. Schoenen: The Swedish History Museum, CC BY-SA 2.0.

De Turfmarkt

De handel in het bruine goud

Vanaf de 13e eeuw wordt turf steeds belangrijker in Nederland. Turf is gedroogde veengrond, een zeer effectieve brandstof. Naarmate de bevolking groeide en hout schaarser werd, steeg de vraag hiernaar exponentieel.

Het werd gebruikt om huizen te verwarmen en brood te bakken, maar was ook nodig in bijvoorbeeld de bier-, textiel- en pijpenindustrie. Om heel Gouda te kunnen voorzien van turf, werd er eeuwenlang een complete gracht gewijd aan de opslag en handel hiervan: de Turfmarkt.
Vrouwen die in de omgeving van Gouda veen afgraven en drogen, rond 1750.
Denk jezelf hier in het jaar 1500. Het is hier een heksenketel van boten en schreeuwende schippers. Je hoort het doffe gebonk van manden gevuld met turf die op de kades worden geworpen, en je ruikt de aardse, rokerige geur van gedroogd veen.

Voornamelijk dan, want je ruikt ook een walm van bier die overwaait vanaf de Gouwe, en vanachter de pakhuizen ruik je de stinkende praktijken van de leerlooiers en lakenvollers, die beiden niet zuinig zijn met urine. De stad draait op volle toeren.
Een turfboot in Delft in 1759.
De aanvoer van turf ging de hele dag door, zes dagen per week, met uitzondering van de wintermaanden. Bij vorst was het veen bevroren, en waren de waterwegen niet begaanbaar. Daarom werden er vanaf de nazomer overal voorraden aangelegd om de winter door te komen, en hier piekte dan ook de handel.

De turf werd deels rechtstreeks verhandeld vanaf de boten, en een deel ging de pakhuizen aan de kade in, waar het in grotere hoeveelheden kon worden ingekocht. Rond het jaar 1600 verhuisde de turfhandel naar andere grachten, omdat het hier te krap werd. Pas in de 19e eeuw nam het gebruik van turf als brandstof af, toen steenkool de belangrijkste brandstof werd.
De Turfmarkt in 1910, gezien vanaf de Vrouwebrug richting de Kleiweg.
Turfmarkt 136 t/m 142 in 1915.
🌍 Turf was een handige vervanger van hout. Echter, bomen konden opnieuw geplant worden, maar het veen – samengeperste plantenresten van duizenden jaren – raakte op. Nadat de veengrond (het hoogveen) nagenoeg was afgegraven, werd er laagveen uit sloten gebaggerd. Er ontstonden enorme meren, en de Nederlandse bodem zakte helemaal in. Dit heeft tot op heden grote gevolgen voor ons land.

📉 Het zal je zijn opgevallen dat de kade hier extreem laag is. Enerzijds werd de kade laag gebouwd om het lossen makkelijker te maken, maar onder Gouda liggen nog steeds metersdikke lagen veen, die al eeuwenlang inklinken. De kade werd dus niet zó laag gebouwd. Omdat dit een steeds groter probleem wordt, zijn experts continu op zoek naar oplossingen.
Hoofdfoto (bewerkt): Ralf Roletschek, CC BY-SA 3.0. Turfvrouwen, maker onbekend (1750): Museum Rotterdam, public domain. Turfboot Delft, P.C. la Fargue (1759): Museum Prinsenhof Delft, public domain. Foto’s Turfmarkt (1910 en 1915): SAMH Gouda, public domain. Laagveen scheppers, H. Scheepstra & W. Walstra (ca. 1895): Collectie Gelderland, public domain.

⠀» De Markt «

🔎 De Markt

We komen bij het hart van Gouda: de Markt. In 1365 werd dit stuk grond gekocht om een stadhuis te kunnen bouwen. Het werd hét plein voor handel, markten, vieringen en evenementen. Maar ook de plek waar vonnissen ten uitvoer werden gebracht. Hierna duiken we in de geschiedenis van de Waag en het Stadhuis.
Een marktdag, ca. 1900. Nu nog is er elke donderdag en zaterdag markt. (SAMH, public domain)

De Goudse Waag

Kaas wegen in de 17e eeuw

Al vanaf de 16e eeuw is Gouda een enorme, internationale afzetmarkt voor kaas. Maar wist je dat er in Gouda zelf nooit een kilo kaas is geproduceerd? Dit werd gedaan in de omgeving van Gouda, waar de veengrond veel geschikter was voor het houden van vee, dan voor het verbouwen van gewassen.

Al die zware kazen moesten nauwkeurig worden gewogen. Dit gebeurde in de Waag. In de 14e eeuw had Gouda al een kleine waag aan de Markt, maar vanwege de bloeiende handel werd in 1667 de huidige grote, mooie Waag gebouwd.
De Waag in de 18e eeuw.
Er werden ook andere goederen gewogen in de Waag, zoals hennep (waar touw van werd gemaakt), granen, zaden en wol. De enorme weegschaal was immers uiterst geschikt voor goederen met veel volume of gewicht. Tegen een vergoeding kon iedereen die dat wilde hier iets komen wegen. Echter, de absolute hoofdzaak hier was kaas.

Allereerst werd op de markt de kwaliteit bepaald door de keurmeesters. Hierna werd met handjeklap (➜ weetje) de prijs bepaald, en aan het einde werden de kazen gewogen. Niet alleen voor de boer en de handelaar was het gewicht belangrijk; er werd ook accijns betaald over kaas, en dit leverde de stad veel geld op.
Kaas wegen in de Waag in 1930.
Tegenwoordig is de Waag een museum* over de bloeiende kaashandel, maar de weegschaal wordt ook nog gebruikt! De kaasmarkt is er nog altijd elke donderdag**, waar de prijs nog steeds wordt bepaald met handjeklap, en de kazen nog altijd naderhand worden gewogen in de Waag.

*Het museum is tegen entreekosten te bezoeken, en dagelijks geopend. Van april t/m oktober van 10:00-17:00, en van november t/m maart van 10:00-16:00.

**De kaasmarkt is gratis te bezoeken. Deze is er van april t/m augustus (m.u.v. Hemelvaartsdag) elke donderdag van 10.00 tot 12.30.

De kaasmarkt in 1910.
Waar of niet waar?

🕵🏼 A. Er vond nogal eens kaasfraude plaats; de kazen werden bijvoorbeeld gevuld met lood, of van tevoren geweekt in water om deze zwaarder te maken.

🌻 B. Magere kaas werd geler gemaakt met kleurstof. Zo leek de kaas vetter, en dus beter.

🍺 C. Op een marktdag is er voor kaasdragers een verbod op het drinken van alcohol, omdat een zwabberende kaasdrager levensgevaarlijk is.

🧀 D. Met een hol boortje werden er samples uit elke kaas genomen. Een stukje werd geproefd, en de rest werd teruggeduwd in het gat.
Allemaal waar!

🕵🏼 A. Er werd nogal eens gesjoemeld met gewicht. Hier werd wel streng op gecontroleerd, en dit kon een fikse boete opleveren.

🌻 B. Kaas werd voornamelijk gekleurd (met bijvoorbeeld saffraan) voor de onwetende exporteurs of particulieren. Onder de boeren, keurmeesters en lokale handelaren werd dit geaccepteerd, omdat iedereen hiervan profiteerde.

🍺 C. Dit was een vaste regel, net als een verbod op vloeken op de markt.

🧀 D. Waar. 🤢🦠 En doorgaans met ongewassen handen. Door het gat open te laten zou het gaan schimmelen.
🫱🏻 De ‘handjeklap’ is een nationale en eeuwenoude traditie waarbij verkopers en kopers elkaar in de hand sloegen om een deal te bezegelen. Je ziet het afgebeeld op deze prent uit een prentenboek uit 1863 over de veemarkt.

“Zie, hoe alles is vol leven!
Elk prijst hier om ’t meest zijn waar;
Hand en handslag wordt gegeven,
Spoedig zijn de koopers klaar.”

Hoofdfoto (bewerkt): Richard Broekhuijzen, CC BY-SA 3.0. Gravure 18e eeuw, G.B. Probst | Alle foto’s: alle SAMH Gouda, public domain. Afbeelding kaas maken, J. le Francq van Berkhey (ca. 1800): goudsecanon.nl, public domain. Foto kaasboor: Erfgoed Leiden, CC-0. Prent handjeklap: uit “De Boerderij” van J. Schenkman (1863), de Koninklijke Bibliotheek, public domain.

Het Stadhuis

Sprookjesachtig bestuurscentrum

Midden op het marktplein van Gouda rijst een gebouw op dat meer weg heeft van een kasteel dan van een gemeentelijk gebouw. Het Stadhuis, gebouwd rond 1450, is een van de oudste gotische stadhuizen van Nederland. Vanaf de rijk versierde voorgevel kijken de beelden van graven en hertogen als versteende getuigen neer op het moderne winkelpubliek.
Het Stadhuis rond 1880.
De reden dat dit stadhuis zo eenzaam en trots in het midden van het plein staat, vindt zijn oorsprong bij de grote stadsbrand van 1438, waarbij bijna de hele stad in de as werd gelegd. Het stadsbestuur besloot dat het nieuwe stadhuis - de schatkamer met de belangrijkste papieren en schatten van Gouda - onbereikbaar moest zijn voor vlammen.

Binnen deze muren werd niet alleen bestuurd, maar ook geoordeeld en berecht. Hier werd besloten welke straf een wetsovertreder moest krijgen, en de straf werd uitgevoerd op het plein.
Het Stadhuis aan de achterkant rond 1750, met zicht op het stenen schavot.
Voor kleine vergrijpen werd een veroordeelde aan een schandpaal gezet, bij voorkeur op drukke marktdagen. Iedereen die dat wilde kon de overtreder toeroepen, of bekogelen met vuil. Ernstigere straffen, zoals lijfstraffen of zelfs de doodstraf, werden uitgevoerd op het schavot. Gouda kreeg in 1697 een stenen schavot, wat nu nog aan de achterkant van het Stadhuis vastzit.
De trouwzaal in het Stadhuis, waar je nog steeds kunt trouwen.
Loop naar de zijkant van het Stadhuis (aan de kant van de Sint Janskerk), en zoek het carillon. Dit is een (theater) klokkenspel dat in 1961 werd geschonken door de oprichter van De Goudse Verzekeringen. De voorstelling laat zien hoe Gouda in 1272 de stadsrechten overhandigd krijgt van graaf Floris V.

Elke twee minuten na het half en heel uur kun je de voorstelling zien spelen!
De laatste executie in Gouda vond plaats op 9 juni 1860. Pieter Pijnacker, een 37-jarige man uit Reeuwijk, was wegens ziekte een paar dagen inkomen misgelopen. Hij besloot een kaas te stelen bij zijn werkgever, een landbouwer.

Pieter dacht zijn plan uit, wachtte tot zijn baas de koeien ging melken, en betrad diens huis. Hij hield echter geen rekening met de (zwangere) vrouw van zijn baas, die hem betrapte. Hij pakte een knuppel en sloeg haar fataal neer.

Nadat dit alles uitkwam, werd hij ter dood veroordeeld. Tien jaar later, in 1870, werd de doodstraf landelijk afgeschaft.

Hoofdfoto (bewerkt): Chris06, CC BY-SA 4.0. Schilderij ca. 1880, W. Koekkoek – Gezicht op het Raadhuis van Gouda: © collectie Simonis & Buunk, Ede, CC BY 4.0. Tekening achterkant Stadhuis, P.v. Liender (1754): SAMH Gouda, public domain. Foto trouwzaal: Wikimedia Commons, public domain. Foto carillon: X-Javier, CC BY-SA 3.0.

⠀» De Siroopwafel «

🔎 De Siroopwafel

Naast bier en kaas werd Gouda nóg ergens bekend om: de siroopwafel. Bijna een stroopwafel, maar toch net een beetje anders. Waarschijnlijk was de Goudse Kamphuisen in 1810 de eerste die de koek bedacht, en het werd een succes. Er volgden al snel veel meer wafelwinkels. Kamphuisen vind je nu nog steeds aan de Markt, en je kunt hier een heuse siroopwafel experience doen!
Het schilderij ‘De wafelbakster’ uit 1850.

De Sint-Janskerk

Het eeuwenoude wonder

De Sint-Janskerk is in meerdere opzichten een absoluut wonder. Allereerst is de kerk zo oud, dat niemand precies weet hoe oud. In 1278 wordt er al geschreven over een kerk op deze plek. Uiteraard zag de kerk er toen nog lang niet zo uit, maar hier ligt wel de oorsprong van het fundament.

De kerk is in de eeuwen erna meerdere malen verbouwd, uitgebouwd, en ook herbouwd; in 1552 sloeg de bliksem in de toren, en alleen het stenen skelet bleef hierbij overeind. Sinds de heropbouw is het hier bijna onveranderd.

Hiernaast is deze reus met 123 meter de langste kerk van Nederland!
De kerk rond 1700.
Maar wat de Sint-Jan nog het meest bijzonder maakt, is dat de gehele kerk tijdens de Beeldenstorm in 1566 onaangeroerd is gebleven. Terwijl in de meeste kerken alle beelden, schilderijen en glas-in-loodramen werden verwoest, heerste er in Gouda tolerantie en relatieve rust.

Dat kwam voornamelijk door het stadsbestuur; er werd veel gedaan om de Gouwenaren te temperen, en men had de deuren van de Sint-Jan op tijd dicht getrokken. Ook waren de mooiste schilderijen al uit voorzorg naar het Stadhuis gebracht, én er werd hoog ingezet op extra patrouille. Daarnaast woonden er weinig religieuze vluchtelingen in Gouda, en juist deze groep wilde korte metten maken met alles wat katholiek was.
Het interieur, ca. 1730.
Al dit wonderlijks is niet te missen als je de kerk in loopt; je beweegt je door een eindeloze oceaan van licht, gekleurd door de talloze, metershoge, eeuwenoude glas-in-loodramen. Wil je de kerk bezoeken*, dan schaf je hier simpel en snel een ticket aan met je smartphone (al is het in veel gevallen gratis).

Dat alle 16e-eeuwse altaarstukken (schilderijen) gered zijn, is meer dan bijzonder. Vanwege de gevoeligheid voor licht zijn ze niet meer te bekijken in de kerk, maar in Museum Gouda, waar we zo naartoe lopen.

*De kerk is maandag t/m zaterdag geopend, van maart t/m oktober van 9:00 tot 17:00, en van november t/m februari van 10:00 tot 16:00.

De prachtige glas-in-loodramen.
Een schilderij uit de kerk, gemaakt in 1560. In deze voorstelling vluchten Jozef en Maria met de pasgeboren Jezus voor de moordzuchtige koning Herodes.
Op de glas-in-loodramen zijn allemaal verhalen afgebeeld. Vaak Bijbelse verhalen, maar ook belangrijke historische gebeurtenissen. Waarom werd dit 500 jaar geleden op grote schaal gedaan in kerken?
Allereerst konden de meeste mensen niet lezen, want alleen hele rijke kinderen hadden toegang tot onderwijs. Daarnaast waren er bijna geen boeken; het drukken van boeken werd pas vanaf de 17e eeuw op grotere schaal gedaan. Boeken werden daarvoor overgeschreven met de hand, en doorgaans in het Latijn.

Gewone mensen hadden in deze tijd dus geen toegang tot een Bijbel, of andere boeken. Door de verhalen op de ramen te laten zien, kon men deze toch ‘lezen’.
♨️ Vroeger was het in de kerk vaak vreselijk koud. Voor de rijkere mensen waren er ‘stoven’: kleine houten doosjes met gaatjes bovenin, waar een bakje met gloeiende kolen in werd gezet. Deze werden uitgedeeld door stovenzetsters, en in 1750 waren er wel vijf tegelijk in dienst om de 107 stoven uit te delen.

🖼️ In 2022 werden de altaarstukken (schilderijen) tijdelijk tentoongesteld in de kerk, de plek waar ze ooit vandaan kwamen. Het grootste kunstwerk is zo groot, dat de deur uit de kerk gehaald moest worden om het naar binnen te krijgen.
Hoofdfoto (bewerkt): Ben Fitzgerald, CC BY-SA 2.0. Tekening ca. 1700, A. Rademaker | Gravure interieur, I. Goeree (1732): beide SAMH Gouda, public domain. Foto glas-in-loodramen (bewerkt): Manuel Meewezen, CC BY-SA 3.0. Altaarstuk “Vlucht naar Egypte”, M. Claesz (1560): Museum Gouda, public domain. Glas-in-lood voorstelling (bewerkt): Zairon, CC BY-SA 4.0. Foto stoof (bijgesneden): Museum Rotterdam, CC BY-SA 3.0.

Museum Gouda

Het Catharina Gasthuis

In Museum Gouda vind je vandaag de dag van alles, variërend van 16e-eeuwse kunst en een maquette van de stad in het jaar 1562, tot aardewerken Goudse pijpjes en de apotheek zoals die er vroeger uitzag. Deze apotheek is overigens niet nieuw, want vroeger was dit een zorghuis: het Catharina Gasthuis.

Het gasthuis opende al in 1310 zijn deuren. Oorspronkelijk was dit een plek waar vreemdelingen en daklozen een veilig onderkomen vonden. In de eeuwen hierna werd het steeds meer een ziekenhuis waar ook hulpbehoevende ouderen, zieke armen, en mensen die leden aan de pest konden aankloppen.
Het Gasthuis in 1585.
Het was geen fijne plek, maar het was beter dan niets; zieken en ouderen lagen zij aan zij in grote zalen, hopend op genezing of een waardig einde.

Ook 'dullen' (ook wel krankzinnigen) werden hier opgevangen. Dit waren doorgaans mensen die zichzelf niet meer in de hand hadden, en schreeuwend rondliepen. Het leven zal voor velen verre van makkelijk zijn geweest in deze tijd.

De 'zorg' voor deze mensen beperkte zich tot de dolcellen; 16e-eeuwse isoleercellen met slechts een po, waarin mensen die leden aan 'dolheid' werden opgesloten. Er is nog één dolcel in het museum, die je hier kunt bekijken.
In 1655 kreeg het gasthuis een eigen apotheek, die je nu nog kunt bekijken.
In de eeuwen erna werd dit steeds meer een ziekenhuis. De apotheek bood middeltjes tegen kwaaltjes, en de chirurgijn beoordeelde je toestand. In de 19e eeuw kwamen er steeds meer verpleeghulpen, en kreeg het ziekenhuis zelfs een röntgenapparaat.

In 1910 kreeg Gouda een nieuw, modern ziekenhuis, en verloor het gasthuis zijn functie. Er werden tot 1938 nog wel arme ouderen opgevangen. Na de oorlog was de koek echt op, en werd dit mooie, historische pand het museum dat het nu is!

Het museum is van dinsdag t/m zondag geopend van 11.00 – 17.00 uur. Het is gratis voor kinderen en pashouders, en heeft ook een gezellig café!

De tuin van het gasthuis in 1910 met patiënten op de achtergrond. In dit aanzicht vind je nu het Lazaruspoortje.
De mensen die in de dolcellen belandden, waren bijna altijd minder bedeeld. Dat was niet omdat de rijken minder vaak een zenuwinzinking hadden, of geld hadden voor een psychiater (al zouden ze dat willen, die bestonden nog niet). Waarom wel?
In rijkere kringen was aanzien een stuk belangrijker. Het was voor rijke families prioriteit dat andere welgestelden vooral niet merkten dat Klazien gillend gek werd van haar zes drukke kinderen en dronken man. Dit soort situaties werden achter gesloten deuren afgehandeld, wat ook een stuk makkelijker ging wanneer dienstmeiden alle huishoudelijke taken deden, en de vrouwen niet werkten.
⛪ In 1474 kreeg het gasthuis een kapel. Dat lijkt gek, aangezien de Sint-Jan bijna naast het gasthuis staat, maar veel patiënten waren te zwak om de Sint-Jan te bezoeken. Zorg voor de ziel was destijds net zo belangrijk als zorg voor het lichaam, en men geloofde dat gebed essentieel was voor genezing. Met de komst van de kapel was de kerk altijd dichtbij. Tot 1879 zijn hier diensten gehouden.

De kapel is nu onderdeel van het museum geworden.

Hoofdfoto: Wikimedia Commons, public domain. Apotheek: Sailko, CC BY-SA 3.0. Gasthuis 1585, J. Stellingwerf (1720) | Zwart-wit foto’s 1910 | Tekening interieur kapel, G.J. Verspuy (ca. 1850): alle SAMH Gouda, public domain.

⠀» De Moriaan «

🔎 De Moriaan

Het pand aan de Westhaven 29, ‘De Moriaan’, is van vóór 1513. De gevel stamt uit 1617. Na een bakker en een kruidenier werd het in de 17e eeuw een winkeltje met exotische goederen: kruiden, tabak, koffie en thee. Een Moriaan was iemand met een getinte of donkere huidskleur, die van ver kwam; een directe verwijzing naar de toen zeer luxe en exclusieve goederen.
Het oude uithangbord is nu te zien in Museum Gouda. (Foto: Rien de Koster, BY-SA 3.0)

Het Kasteel van Gouda

Strijd om de macht

Zou je nu vanaf de IJssel naar Gouda kunnen kijken in het jaar 1400, dan zou je een van de machtigste kastelen van Holland aanschouwen. Ja, Gouda had een echt kasteel, en het stond hier! Met zijn zes enorme torens en muren van 2,5 meter dik was het een onneembare vesting. Dit kasteel was in de 14e eeuw het domein van de heren Jan en Guy van Blois, die vanaf deze strategische plek de dienst uitmaakten, en bepaalden wie de stad binnenkwam.

In de eeuwen erna was het kasteel het toneel van politieke drama's. De gravin Jacoba van Beieren erfde het kasteel, en verbleef hier in de 15e eeuw regelmatig tijdens haar strijd om de macht in Holland.
Aanzicht van Gouda met het kasteel in de 16e eeuw.
Het kasteel was overigens geen paleis; het werd niet goed onderhouden, en was niet erg bewoonbaar door schimmel en verzakkingen. Maar wie het in zijn bezit had, had het voor het zeggen in Gouda.

Nadat Jacoba de macht moest opgeven, ging het naar Filips van Bourgondië, en uiteindelijk diens erven, de machtige Habsburgers. De Spaanse Karel V was in Gent geboren, en had affiniteit met de Lage Landen. Maar zijn zoon Filips II was geboren in Spanje, en hij stuurde uiteindelijk de Spaanse generaal Alva om na de Beeldenstorm de 'orde te herstellen', waarmee de Tachtigjarige Oorlog begon.
In 1572 werden Gouda en het kasteel ingenomen door de protestantse Watergeuzen. Deze staan bekend om hun reddingsacties, maar waren vaak ook radicaal en wreed. De geuzenadmiraal Lumey nam hier in het kasteel katholieke geestelijken gevangen, deed vreselijke dingen met ze, en vermoordde ze.

In 1577 waren de Gouwenaren het zat dat de eigenaar van het kasteel de dienst uitmaakte. De Spanjaarden zouden het kasteel kunnen heroveren, en dan was Gouda weer in Spaanse handen. In een vlaag van revolutionaire woede besloten de burgers hun eigen kasteel af te breken. Het kasteel werd op 2 torens en een stuk muur na met de grond gelijk gemaakt. Het was het begin van de verschuiving naar de onafhankelijke Nederlandse Republiek.
Een kaart van Gouda in 1562, waar het kasteel nog op staat.
Een kaart van Gouda in 1650, waar alleen nog twee torens te zien zijn.
Je hebt het misschien al gezien in het park: hier vind je nog een restant van een van de torens van het kasteel! Deze bevindt zich naast de trap naar de molen. Het is de hoektoren die op het kaartje hieronder is aangegeven.

Loop nu via de trap naar de molen, en kijk hier goed naar de bestrating. Zie je de afwijkende klinkers die hier in een hoek samenkomen? Hier stond het kasteel! Precies op de hoek stond ook een toren. De oude kasteelgrenzen zijn gemarkeerd zodat we nu, 500 jaar later, nog een kijkje krijgen in de geschiedenis.

Kijk nog eens naar het schilderij hieronder, en probeer je het bouwwerk voor te stellen. Je staat in of naast het kasteel, slechts gescheiden door vijf eeuwen.
🏰 Hoe konden de Gouwenaren een onverwoestbaar kasteel afbreken?
Buitenstaanders konden het kasteel alleen aanvallen met kanonnen vanaf de rivier, waar ze zelf ook een doelwit waren. Maar de Gouwenaren sloopten het kasteel van binnenuit, en door er gangen onderdoor te graven, waardoor het instortte. En ze hadden alle tijd; de sloop heeft drie maanden geduurd.

De Watergeuzen vonden alles wat de Spanjaarden in de weg zou kunnen zitten prima. Willem van Oranje was tegen de sloop, maar hij kon niet veel doen tegen de woedende menigte.
🔥 Bij de grote stadsbrand in 1438 raakte het kasteel erg beschadigd. De fundering stond nog, maar het moest ingrijpend hersteld worden.

🧠 De invloedrijke humanist en geleerde Desiderius Erasmus (1466-1536) woonde een deel van zijn jeugd in Gouda. In zijn tienerjaren ging hij naar school achter de Sint-Janskerk. Erasmus liep dus jarenlang vlak langs het net weer opgebouwde kasteel.

🖼️ Alle schilderijen en tekeningen die er zijn van het kasteel, zijn gemaakt nadat het kasteel al lang weg was, op enkele schematische plattegronden na. Zijn dit dan fantasieschilderijen? Waarschijnlijk niet; het is goed mogelijk dat er in deze tijd nog accurate tekeningen of beschrijvingen waren van het kasteel, die niet bewaard zijn gebleven.

Hoofdfoto (bewerkt), tekenaar en datum onbekend: W. Kramer (fotograaf), CC BY-SA 4.0. Gravure aanzicht Gouda, G. Braun & F. Hogenberg (1580-1600) | Schilderij Kasteel, Christoffel Pierson (ca. 1700): beide Wikimedia Commons, public domain. Uitsneden kaarten Gouda (1562 en 1650): SAMH Gouda, public domain. Foto Punt Gouda bij opdracht: Google Maps, streetview.

⠀» Molen 't Slot «

🔎 Molen ’t Slot

Na de sloop van het kasteel lag er hier een enorme berg puin. Een heuvel was geweldig voor molens! Hoge molens vingen meer wind. En dus werd er op het puin van het kasteel een standerdmolen gezet: Molen ’t Slot. De molen werd vervangen, en de opvolger brandde af. De stellingmolen die er nu staat is de derde molen met deze naam, en hij stamt uit 1832.
De molen in 1900, met op de voorgrond het openbaar vervoer uit deze tijd: een stoomboot (SAMH Gouda, public domain).

⠀● Terug naar het heden

🔎 Terug naar het heden

We naderen het einde van onze reis door de tijd. Maar onderweg naar vandaag passeer je eerst nog de volmolen, het tolhuisje en de restanten van een toren en een poort. De informatiebordjes vertellen je er alles over als je nog niet uitge-avontuurd bent.

De locatie hieronder brengt je weer terug naar je beginpunt.

⠀⠀➜⠀Einde

Je hebt de route voltooid!

Namens het team van Loculy: bedankt dat je met ons op pad bent gegaan. We hopen dat je hebt genoten van de verhalen en geheimen van de stad.

Mocht je nog vragen hebben of iets willen delen over je ervaring, dan kun je altijd contact opnemen met Wouter: ‪+31 646142923‬‬.

Help ons groeien met jouw ervaring!
Als klein team met een grote passie voor steden, helpt jouw ervaring ons enorm om te groeien en nog mooiere routes te maken. Zou je een paar minuten willen nemen om een review achter te laten? Dat zouden we fantastisch vinden.

Nogmaals bedankt en hopelijk tot ziens in een andere stad!

Groeten, Team Loculy