⠀⠀➜⠀Verander het tekstniveau

Welkom bij Loculy!

Wil je de tour graag doen met tekst voor volwassenen, of met tekst voor kinderen (vanaf 8 jaar)?

De tour is nu ingesteld op tekst voor volwassenen.

⠀⠀➜⠀Uitleg

Welkom bij je Loculy tour!

Wat leuk dat je op pad gaat om de verhalen van deze stad te ontdekken. We hopen dat je zult genieten van de verborgen verhalen, de verrassende weetjes en de levende herinneringen aan het verleden.

Zo werkt het:

📲  Swipe om naar de volgende of vorige locatie te gaan, of gebruik de pijltjes.
📍 Klik op de ‘Route’-knop op elke pagina voor een directe route in Google Maps.
🖼   Druk op een afbeelding om deze te kunnen inzoomen.

Mocht er iets onduidelijk zijn, dan kun je Wouter bellen op ‪+31 646142923‬.

Tijd om te beginnen. Veel plezier!

De Komijnroute

Hieronder vind je een kaart waarop we voor jou de leukste wandelroute hebben uitgestippeld. De grote bolletjes geven de locaties van je bestemmingen aan, de kleine bolletjes zijn interessante plekken waar je onderweg langs komt. Je kunt de kaart opslaan op je telefoon, er een screenshot van maken, of terug sliden als je ‘m wilt bekijken.

Leiden Centraal Station

Je startpunt is het Centraal Station van Leiden. Lang geleden, in 1842, kreeg Leiden zijn eerste treinstation. Het station begon als een klein huisje, vlakbij waar nu het Centraal Station is. De eerste trein was pas drie jaar eerder door Nederland gereden, dus dit was erg bijzonder voor de inwoners van Leiden!
Het nieuwe stationsgebouw in 1879.
In 1879 werd er een echte stationshal gebouwd. Nadat het station in 1944 bombardementen had overleefd die waren bedoeld om de Duitse spoorlogistiek te verstoren, werd het gebouw na de oorlog toch gesloopt omdat het te oud werd. De stationshal werd herbouwd, en door de jaren heen werd het station steeds groter en moderner. In 1996 werd het huidige station gebouwd, met veel glas en licht.
De schaatsbaan in Leiden, waar een stroomtrein langsrijdt (rond 1900).
Vanaf het Stationsplein gaan we op weg naar onze volgende bestemming.
Het station in 1968. Het logo van de NS is hier net een paar maanden oud!
Hoofdfoto (bewerkt, Michiel Verbeek): Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Foto’s 1879 en 1968: Wikimedia Commons, public domain. Foto 1900: Erfgoed Leiden, public domain.

Molen De Put

Een herbouwd stukje geschiedenis

Aan de rand van de oude binnenstad van Leiden staat Molen De Put, een trotse korenmolen die herinneringen oproept aan het ambachtelijke Leiden van de 17e eeuw. De huidige molen is een replica uit 1987, maar de oorspronkelijke molen stond hier al in 1619, gebouwd door Jan Jansenzoon Put.

Helaas brandde deze molen in 1640 af, maar in 1982 ontdekten archeologen de funderingen van het originele achthoekige molenbolwerk. Het idee ontstond om een replica van de molen te bouwen, wat na een inzamelingsactie gerealiseerd kon worden.
Een prent uit de 17e eeuw. Links Molen de Put, op de voorgrond de Rembrandtbrug (die toen nog niet zo heette).
Niet ver van deze plek werd Rembrandt van Rijn in 1606 geboren en groeide hij op. Slechts aan de overkant van de rivier, aan de Weddesteeg, lag zijn ouderlijk huis. Pal naast de molen bevindt zich nu de Rembrandtbrug; een sierlijke houten ophaalbrug, in 1983 herbouwd naar 17e-eeuws voorbeeld. In Rembrandts tijd stonden de molen en brug er precies hetzelfde bij. Het is goed denkbaar dat de jonge schilder hier vaak langs het water liep, en langs de draaiende molen.
In maart 1986 worden de eerste stenen voor de molen officieel gelegd.
Je kunt de molen op de meeste zaterdagen bezoeken, en hier meel kopen, mits er voldoende vrijwilligers beschikbaar zijn. Op de website van de molen worden nog eventuele speciale gelegenheden vermeld, waarbij de molen soms ook open is. Als de molen open is én er genoeg wind is, kun je de molen misschien wel zien draaien!
De molen in aanbouw in 1987.
Hoe oud was Rembrandt toen de oude Molen De Put klaar was?
Rembrandt was dertien toen de molen af was. De vader van Rembrandt was toevallig ook een succesvolle molenaar, die mout maalde voor bierbrouwerijen, in precies zo’n zelfde molen als De Put. De bouw van De Put moet voor Rembrandt bijzonder interessant zijn geweest om te zien!
De Put is een ‘standerdmolen’; de oudste soort windmolen die we in Nederland kennen. Een ‘standerd’ is een dikke, houten paal die op een kruishouten onderstel rust. De molenkast kan helemaal om die paal heen draaien, zodat de molenaar de wieken in de wind kan zetten. Dat is anders dan bij latere molentypes waarbij alleen de kap draait. Je ziet hieronder de fundering voor een soortgelijke standerdmolen als De Put.
Prent: Erfgoed Leiden, public domain. Foto eerste stenen, Jan Holvast: Erfgoed Leiden, CC-0. Foto molen in aanbouw (onbewerkt): Henk Spek, CC-BY-NC-ND. Foto standerd: (bijgesneden): Jos Gunneweg, CC BY-SA 4.0.

Japanmuseum SieboldHuis

Een Leidenaar die de wereld opende

Aan het Rapenburg vind je een bijzonder huis: het Japanmuseum SieboldHuis. In de 19e eeuw woonde hier Philipp Franz von Siebold (1796-1866), een Duitse arts in Nederlandse dienst. Hij kreeg als één van de weinigen toegang tot Japan, een land dat destijds streng gesloten was voor buitenlanders. Nederland stond hoog in het vaandel bij Japan, en Von Siebold mocht hier lesgeven in Westerse geneeskunde.
Een schildering van Von Siebold, gemaakt door een Japanse kunstenaar die von Siebold inhuurde om van alles vast te leggen.
Von Siebold ging in 1823 voor een periode van zes jaar naar Japan, waarbij een enkele reis al zes tot negen maanden duurde. Hij kreeg hier een vrouw, met wie hij overigens niet officieel mocht trouwen, en samen kregen zij een dochter.

Zijn verblijf eindigde abrupt toen hij werd beschuldigd van spionage, omdat hij verboden geschenken had aangenomen. Hij moest het land verlaten, maar werd verder niet gestraft. Omdat hij zo gewaardeerd werd, mocht hij wel van alles meenemen naar Nederland, waaronder de verboden spullen. Zijn gezin moest hij helaas achterlaten, wat erg tragisch moet zijn geweest.
Een bijzondere afbeelding uit 1827: Von Siebold (in het wit) is hier met zijn Japanse vrouw en hun dochtertje te zien, terwijl ze naar een aanvarend Nederlands schip kijken.
Von Siebold werd (tijdelijk) verbannen, maar bracht duizenden bijzondere schatten mee terug naar Leiden: kunstvoorwerpen, kleding, opgezette dieren, kaarten en wel 700 plantensoorten die Europa nooit eerder had gezien. In zijn huis liet hij zijn collectie zien aan nieuwsgierige bezoekers en wetenschappers. In 1859 ging hij nogmaals voor drie jaar naar Japan, nadat de grenzen officieel waren opengesteld.

Vandaag de dag kun je nog steeds door het huis wandelen, en de verwondering van de Leidse burgers voelen, die hun ogen uitkeken naar een onbekende wereld.
Het Sieboldhuis in 1882.
🌱 De Japanse Duizendknoop is een beruchte woekerplant in Nederland en de rest van Europa, omdat deze hier niet de natuurlijke vijanden heeft die in Japan tot het ecosysteem behoren. Siebold is waarschijnlijk de bron van de meeste, zo niet alle, Japanse duizendknopen in Europa geweest.

🗾 De verboden geschenken betroffen een kimono en enkele Japanse landkaarten. Hij had ze aangenomen van een bevriende Japanse hofastroloog, wat strikt verboden was, zowel om te geven als te ontvangen. Von Siebold werd ‘slechts’ verbannen, met de hofastroloog liep het aanzienlijk minder goed af.

🎓 Japan was zo onder de indruk van de Nederlandse wetenschap, dat ze er een woord voor hadden: ‘Rangaku’, wat letterlijk Nederlandkunde betekent.
Portret van Von Siebold en afbeelding van het gezin, beiden gemaakt door Kawahara Keiga: Wikimedia Commons, public domain. Foto 1882: Ergfoed Leiden, public domain.

Rijksmuseum van Oudheden

Het nationale archeologiemuseum van Nederland

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is niet zomaar een museum. Het is een poort naar werelden die duizenden jaren oud zijn. Zodra je binnenkomt, sta je oog in oog met een Egyptische tempel – steen voor steen naar Leiden gebracht en hier opnieuw opgebouwd.

De museumcollectie begon in 1744 met 150 Griekse en Romeinse beelden van de Universiteit van Leiden. In 1818 werd het Archeologisch Cabinet opgericht door Koning Willem I, die de oprichting van nationale musea belangrijk vond voor zijn nieuwe koninkrijk. In 1867 werd het voor het eerst het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) genoemd.
Het Hof van Zessen in aan de Rapenburg 28 in 1788.
Rapenburg 28 heeft een rijke geschiedenis. Het is in de 17e of 18e eeuw gebouwd als het 'Hof van Zessen'. Dit was een herenhuis met een hof, waar waarschijnlijk hooggeplaatste families woonden.

In 1820 werd dit pand een museum, al was dit een museum over natuurhistorie, ook opgericht door Koning Willem I. Het RMO begon in een ander pand, maar moest al snel meerdere keren verhuizen door de almaar groeiende collectie. In 1920 nam het zijn intrek in dit pand.
De allereerste collectie van het RMO, getekend in 1745.
Dit museum is het nationale centrum voor archeologie en bewaart schatten uit Egypte, Griekenland, Rome en het oude Nederland. Denk aan mummies, sarcofagen, standbeelden van goden en koningen, maar ook zwaarden en sieraden die in onze eigen bodem zijn gevonden.

*Het museum is tegen entreekosten te bezoeken, dagelijks van 10.00 tot 17.00 uur, en elke donderdagavond van 19.00 tot 22.00 uur.

Het pand in 1882, hier nog het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie.
🛕 In 1969 schonk de Egyptische overheid de Tempel van Taffeh aan Nederland, als dank voor de Nederlandse hulp bij het redden van culturele monumenten in Nubië. Om deze tentoon te kunnen stellen in het RMO, moest er een grote verbouwing plaatsvinden; de voormalige grote binnenplaats van het museum moest volledig worden overdekt.

Eind 1979 was die verbouwing klaar, en kon deze tempel, die steen voor steen hierheen was gebracht, weer worden opgebouwd. Hieronder zie je de opbouw en koninklijke opening van de tempel in 1978-1979.
Tekening Hof, Jacob Timmermans (1788) | Tekening collectie, I. van Werven (1745) | Foto 1882: alle Erfgoed Leiden, public domain. Foto’s tempel: Erfgoed Leiden, cc-0.

De Academie

Het universitaire hoogtepunt van de Gouden Eeuw

Je staat voor het oudste universiteitsgebouw van Nederland: de Academie, het hart van dé universiteitscampus van de Gouden Eeuw. Hier bevonden zich ook de oude Universiteitsbibliotheek, de botanische tuin, de Sterrewacht en meerdere museumcollecties.

Voordat dit gebouw een universiteit werd, was het de kapel van een klooster, gebouwd in 1516. Nadat de Leidenaren zich in 1574 bijna een jaar lang hadden weten te verdedigen tegen de Spanjaarden, was Willem van Oranje zó onder de indruk van hun moed en de standvastigheid, dat hij de stad beloonde met een universiteit. In 1581 nam deze zijn intrek in het voormalige klooster.
De Academie rond 1670.
Studeren aan de universiteit kon alleen als rijke man. Om met de vooropleiding te kunnen beginnen moest men vloeiend Latijn spreken, wat je leerde op de 'Latijnse School' (het vwo van toen). Een student begon met een basisopleiding van twee jaar, waar hij les kreeg in logisch redeneren, talen, rekenkunde, muziek en sterrenkunde. Hierna werd er gekozen voor één van de drie faculteiten: theologie (godgeleerdheid), rechten of geneeskunde.
De universiteitsbibliotheek in 1610.
Tijdens de lessen (volledig in het Latijn) werd er gedebatteerd, of de professor las voor uit zeldzame wetenschappelijke boeken, en de studenten schreven zo snel als ze konden mee. Experimenteren was nieuw; in het revolutionaire anatomisch theater konden de studenten en betalende burgers van bovenaf meekijken op de (zeldzame) openbare ontledingen van geëxecuteerde misdadigers. Het was destijds de enige manier om over het menselijk lichaam te leren.

Tegenwoordig wordt hier geen les meer gegeven, het gebouw wordt nu gebruikt voor bijzondere en plechtige gelegenheden.
Het anatomisch theater in 1610. Men kon er ook heen om skeletten van mensen en dieren te bekijken.
Bekijk de boogramen van het gebouw. Je ziet nu overal bovenaan een boograam, en onder een rechthoekig raam. De originele kloosterkapel had echter enkele ramen van onder tot boven! Deze waren dus enorm hoog, en dat was prachtig. Toch hebben ze de hoge ramen vervangen door dubbele lagere ramen. Waarom, denk je?
De kloosterkapel had geen verdiepingen; het was één grote, hoge ruimte, zoals elke laatgotische kerk. De universiteit had echter wel een verdieping nodig. Er moest dus in het midden van deze hoge ramen een extra vloer worden gebouwd, en dat vereiste helaas een aanpassing aan de ramen.
💬 Het Latijn (wat lijkt op het Italiaans van nu) was bijna anderhalf millenium de internationale voertaal in Europa. Toen het Romeinse Rijk rond 476 n. Chr. instortte, hield de Rooms-Katholieke kerk het Latijn in stand. Het Latijn bleef de taal van de kerk, de wet, de filosofie en van alle belangrijke boeken. Pas in 1876 werd Nederlands de officiële voertaal in het onderwijs, en na de opkomst van het Britse Rijk werd het Engels steeds belangrijker.

✒️ In dit gebouw bevindt zich het ‘Zweetkamertje’, waar nieuwe doctors hun handtekening op een grote muur mogen zetten. In de 18e eeuw is een onbekende student hiermee begonnen, en zo werd een traditie geboren.
Hoofdfoto (bewerkt): Gerard Drukker, CC BY-SA 4.0. Drie gravures (Academie, anatomisch theater, bibliotheek): Erfgoed Leiden, public domain.

Hortus Botanicus

Een poort naar een onbekende wereld

We lopen door de poort van de Academie, en komen bij het volgende academische wonder uit deze tijd. De Hortus Botanicus is gesticht in 1590 en daarmee is het de oudste botanische tuin van West-Europa!

Carolus Clusius heeft de Hortus tot leven gebracht. Hij nam hier in 1593 de leiding en bracht een schat aan planten mee die nog nooit iemand hier had gezien. Stel jezelf eens voor als Nederlandse burger in de 16e eeuw; alles wat je ooit hebt gezien en ervaren is van eigen bodem. Hooguit ken je de smaak van mediterraans fruit, mits je rijk bent. De Hortus was voor iedereen die er kwam een poort naar een compleet nieuwe wereld.
De tuin rond 1670.
De jonge Academie had deze 'levende bibliotheek' hard nodig! Dit was een 16e-eeuws laboratorium in de open lucht. Voor de studenten geneeskunde, die hier in de 16e- en 17e-eeuw gebogen over de plantenbedden stonden, was dit de praktijkruimte. Ze moesten de kruiden leren herkennen die het verschil konden betekenen tussen een geneesmiddel en een dodelijk gif.

Clusius introduceerde in 1588 de aardappel uit Peru, die hij kreeg van een gouverneur. Vijf jaar later kreeg hij uit Turkije een paar tulpenbollen van een ambassadeur, wat de basis legde voor de beruchte 'Tulpenmanie'.
Carolus Clusius.
Sindsdien groeide de tuin gestaag; in de 17e eeuw door planten uit de Nederlandse koloniën en van over de hele wereld, aangevoerd door de VOC. In de 19e eeuw bracht Von Siebold nog eens 700 nieuwe soorten uit Japan.

Wat begon als een kleine tuin, is uitgegroeid tot een park. Vandaag de dag is de Hortus nog steeds een wetenschappelijke instelling van de Universiteit Leiden, die wordt gebruikt voor onderzoek, onderwijs en publieke bezichtiging. Tegen entreekosten is de Hortus te bezoeken.
Een kas in de Hortus, gebouwd in 1870, om de Reuzenwaterlelie te kunnen laten groeien. Foto van voor 1900.
Zoek de Goudenregen! Je vindt ‘m als je vanaf het Rapenburg door het Academiegebouw loopt, en meteen na de doorgang naar rechts kijkt. Tot voor kort werd er gedacht dat deze boom is geplant in 1601, maar dit blijkt niet juist. Deze boom is geplant rond 1720, wat de boom ruim 300 jaar oud maakt. Het is voor zover bekend daarmee nog steeds de oudste boom van Leiden. De boom bloeit prachtig van half mei tot half juni.
In 1599 had de Hortus al haar eerste ‘kas’; een overdekte gang van hout, zonder ramen. In 1635 kreeg de houten kas glazen ramen, en rond 1680 verscheen hier de eerste verwarmde stookkas. Dit was een soort huisje met een glazen dak, verwarmd door de rookkanalen van een oven waar een stoker (doorgaans een knecht) dag en nacht brandstof in moest scheppen. De high-tech van de 17e eeuw!
Hoofdfoto (bewerkt): Xsandriel, CC BY-SA 4.0. Gravure Hortus, portret van Carolus Clusius en foto 19e eeuw: Erfgoed Leiden, public domain. Foto Goudenregen: Wikimedia Commons, cc-0.

De Witte Singel

De verdedigingswerken van Leiden

Via de Paterbrug komen we op de Witte Singel. Deze singel vertelt veel over de Leidse geschiedenis. Ooit maakte dit water deel uit van de verdedigingsgordel rond de stad. Hier lagen bolwerken en wallen die Leiden moesten beschermen tegen vijanden.

Na de stadsuitbreiding van 1659 was dit de buitenste verdedigingslinie van Leiden. In de eeuwen hierna verloren de militaire werken hun functie, en kwam er ruimte voor groen en onderwijs. Wel bleef de Witte Singel de rand van de stad tot ver in de 19e eeuw.
De Witte Singel in 1728, met op de achtergrond de Academie.
Met de oprichting van de Academie veranderde dit deel van de stad niet veel later in een campus. De Hortus werd al snel te klein, en de ruimte erachter was een zeer geschikte plek om naar uit te breiden. Niet vanwege de singel, want het vieze water in de singel was volkomen ongeschikt voor de kwetsbare en zeldzame planten. Maar vanwege de ruimte die ontstond nadat de verdedigingswerken niet meer nodig waren.
De Sterrewacht, vlak nadat deze was gebouwd in 1860. Gezien vanaf de Witte Singel.
Uiteindelijk werd de Hortus een park, dat op haar beurt in 1860 weer ruimte moest maken voor de (Oude) Sterrewacht. Dit observatorium, dat je kunt zien vanaf de Witte Singel, is letterlijk in de Hortus gebouwd. Pas na circa 1875 werd er voorbij de Witte Singel gebouwd. De Industriële Revolutie trok veel mensen naar de stad, en er was meer woonruimte nodig.

Vandaag de dag is de Witte Singel niet meer voor te stellen als stadsgrens. Wel kun je er nog net zo lekker wandelen als in de 18e eeuw.
IJspret op de Witte Singel in 1905.
Als je bijna bij het einde van de Witte Singel komt, loop je over de Neksluisbrug. Sla na de Neksluisbrug rechtsaf de Schelpenkade in, en loopt tot aan nummer 4. Draai je weer om, en je staat ongeveer op de plek waar de kunstenaar stond die de tekening hieronder maakte. Hier was ooit een sluis (de Neksluis, vroeger de Naakte Sluis) om het waterpeil te regelen rond Leiden. De vernauwing die je vlak voor je ziet aan de kade, zie je ook op de tekening.
Gravure, W. v. Groenewoud (1728) | Lithografie, P. Blommers (1869) | Tekening Naakte Sluis, Jacob Timmermans (1788) | Foto 1905: allen Erfgoed Leiden, public domain.

Nieuwsteegbrug - De buskruitramp

Een ramp van nationale omvang

Neem een plek in op de rechterkant van de Nieuwsteegbrug (vooraan te zien in de afbeelding hierboven) en kijk richting het oosten, de gracht over. Het is een koude winterdag in 1807, rond 16:15. Vlak voor je ligt een klein vrachtschip aan de kade, beladen met bijna achttien ton buskruit. Het zal elk moment vreselijk misgaan. Het schip met kruit zal ontploffen, en de ramp zal niet te overzien zijn.

Op deze dag werd Leiden getroffen door de Buskruitramp, een ramp die vandaag de dag wordt vergeleken met de vuurwerkramp in Enschede.
Een tekening van het moment van de ontploffing.
De explosie veroorzaakte naast een gigantische drukgolf een vuurzee van zo'n 1600 graden. In één klap werden circa 220 woningen en gebouwen compleet verwoest. Zelfs in de verste wijken van Leiden sprongen de ramen kapot, en vlogen er dakpannen rond. De knal was in Den Haag te horen. Uiteindelijk vinden rond de 160 mensen de dood en raken er ruim 2000 gewond. De schade is niet te overzien.

Koning Lodewijk Napoleon schoot onmiddellijk te hulp. Hij stelde duizenden soldaten aan om Leiden weer op te bouwen, hij doneerde 30.000 gulden uit zijn privévermogen, hij gaf bakkers in Delft opdracht broden voor de getroffen inwoners van Leiden te bakken en stuurde zijn hofchirurg. Ook gaf hij Paleis Huis ten Bosch ter beschikking als noodhospitaal. Overal in Holland werd hij Lodewijk de Goede genoemd.
De verwoesting van het rampgebied. In het rood de gebouwen die bij de ontploffing werden verwoest, in het geel de gebouwen die gesloopt moesten worden (op de kerk na, deze is gered).
Een nationale collecte bracht bijna twee miljoen gulden op, een onvoorstelbaar bedrag. De wederopbouw heeft jaren geduurd, en de grootste rampplek bleef zelfs 60 jaar onbebouwd. In 1886 werd besloten dat dit een wandelpark zou worden, en hier vind je nu het Van der Werffpark. De oorzaak van de ramp is nog altijd onbekend.
Een prent van het moment vlak voor de ontploffing. Op de voorgrond de Nieuwsteegbrug. Vrijwel hetzelfde aanzicht als in de afbeelding helemaal bovenaan.
Loop een stukje het Van der Werffpark in. Het paadje waar je op loopt heet het Kruitschip. Hier liep voor de ramp de Rapenburg door. Er stond een rij dure huizen, zoals je die aan de rest van de gracht ook zag.

Na ongeveer 50m zie je aan je linkerkant een treurwilg aan het water staan. Kijk je hier over het water, dan zie je (als er geen boot voor ligt) een gedenksteen ingemetseld in de kademuur aan de overkant. Deze steen werd in 1888 geplaatst en markeert de precieze plek waar het schip lag afgemeerd toen het ontplofte.
🎓 Meerdere hooggeplaatste personen uit Leiden overleden of raakten gewond tijdens de ramp, omdat de rampplek zich naast de Rapenburg bevond, een gracht waar belangrijke mensen en geleerden woonden. Niemand van de inwoners die op dit moment in of rond zijn huis was, heeft de ramp overleefd.

⛪ De kerk die je op de achtergrond ziet afgebeeld in de hoofdafbeelding was (op dat moment) de Saaihal, vergelijkbaar met de Lakenhal, maar dan voor de lichtere en goedkopere stof ‘sajet’. In de eeuwen hiervoor had het dienst gedaan als kapel en graanpakhuis. Het gebouw, dat door de ontploffing deels was verwoest, werd op verzoek van koning Lodewijk Napoleon herbouwd en teruggegeven aan de katholieke gemeenschap. Sindsdien heet de kerk de Heilige Lodewijkkerk, genoemd naar de beschermheilige van Lodewijk Napoleon.
Hoofdafbeelding: Carel Lodewijk Hansen (1807) | Tekening ontploffing: Pieter Gerardus van Os (1807) | Kaart: markeerder onbekend. – allen Rijksmuseum, public domain. Laatste prent: Ludwig Gottlieb Portman, Erfgoed Leiden, public domain.

Pieterskerk

Het hart van Leiden, al bijna een millennium lang

Op het Pieterskerkplein vind je de Pieterskerk, gewijd aan Sint Petrus, de heilige die volgens de overlevering de sleutels van de hemel ontving. Deze kerk is de reden dat je in het stadswapen van Leiden twee sleutels ziet. De oorsprong van de kerk gaat terug tot rond 1100, waarna de huidige laatgotische kerk, zoals we die nu kennen, tussen 1390 en 1565 werd gebouwd.
Een gravure uit 1670, met rechts de Pieterskerk.
Valt je op dat er iets mist aan de kerk? Tot maart 1512 had de Pieterskerk een toren van wel 70 meter hoog. Tijdens een hevige storm is de toren ingestort, en daarna nooit meer opgebouwd.

Maar de dominees hadden geen toren nodig om met hun preken de stad door roerige tijden heen te loodsen. Ook was deze kerk het kloppende hart van de Pilgrim Fathers, een groep religieuze vluchtelingen uit Engeland die hier verbleven van 1609 tot 1620 voor ze naar Amerika doorreisden. Hun leider John Robinson ligt begraven in deze kerk, en aan de voorgevel (rechts op de hoek) vind je nog een gedenkplaat uit deze tijd.
De kerk en het Pieterskerkhof in 1782.
Het plein voor de kerk (het Pieterskerkhof) was een ontmoetingsplek voor markten, feesten en bijeenkomsten, maar ook voor aankondigingen en rechtspraak. Het gebouw op de achtergrond in de afbeelding hierboven was het Gerecht, en het staat er nog steeds. Op dit plein werden lijfstraffen uitgevoerd waar iedereen naar kon komen kijken.

Gelukkig liggen dat soort bizarre praktijken in het verleden, maar de vrolijke gebeurtenissen vind je hier vandaag de dag nog steeds, zoals markten, feesten en academische evenementen.

*Tegen entreekosten kun je de Pieterskerk van binnen bekijken, op dinsdag t/m zondag van 11.00 tot 18.00.

Het schilderij hieronder is voor zover bekend de enige afbeelding van de toren die in 1512 instortte. Kun je zien waar de toren heeft gezeten? Het tweede plaatje is een schematische tekening van de kerk nu.
De kerk is meerdere keren in meer of mindere mate gerestaureerd. De meest ingrijpende restauratie begon in 2001 en duurde maarliefst tien jaar. De kosten: ruim € 25 miljoen!
Gravure (1670) en tekening (1782): Erfgoed Leiden, public domain. Foto interieur (bewerkt): H.J. ten Napel, CC-BY-SA 4.0. Schilderij, schilder onbekend (1515): Museum De Lakenhal, public domain. Maquette kerk (uitgeknipt): Architectenburo Veldman Rietbroek Smit, CC-BY-SA 3.0. Foto steiger: J.A.J. van Rijn, CC-BY-SA 3.0.

Het Stadhuis

Een verhaal van verlies en veerkracht

De Breestraat is al sinds de middeleeuwen één van de belangrijkste straten van Leiden. Kwam er koninklijk bezoek, dan werd het gezelschap via de Breestraat door de stad gereden. Hier vind je dan ook het stadhuis van Leiden.

Dit was eeuwenlang het kloppende hart van het stadsbestuur en de rechtspraak. De voorgevel, rijk versierd in renaissancestijl, werd in de 16e eeuw gebouwd en was bedoeld om indruk te maken. Wie voor die gevel stond, wist dat de stad zichzelf serieus nam.
Het stadhuis in 1670.
Maar achter de prachtige gevel schuilt een verhaal van verlies én veerkracht. In 1929 brak er een allesverwoestende brand uit die bijna het hele stadhuis in de as legde. Alleen de voorgevel bleef overeind, als een soort herinnering aan de grandeur van vroeger.

De brand was voor Leiden een enorme klap: eeuwen van geschiedenis en administratie gingen in rook op. (Leidenaren grepen deze kans zelfs aan om een punt achter hun niet meer geregistreerde huwelijk te zetten!)
Koning Willem II (de opa van Koningin Wilhelmina) wordt in 1841 ontvangen met een intocht in de Breestraat.
Toch gaf de stad niet op. Achter de oude gevel werd een nieuw, modern stadhuis gebouwd. Wat je vandaag ziet, is dus een combinatie van oud en nieuw: een historische buitenkant die herinnert aan het verleden, met een binnenkant die de vooruitgang van de 20e eeuw laat zien.

Inmiddels heeft het moderne Stadskantoor veel publieksfuncties overgenomen, en rechtspraak vindt hier niet meer plaats sinds de brand. Maar het stadhuis is nog steeds het politieke en ceremoniële hart van Leiden. Een stille getuige van de Gouden Eeuw in een moderne stad.
Het stadhuis in 1870.
Je ziet hier nog een keer de afbeelding uit 1670. Wat is er allemaal nog hetzelfde? (Je kunt op de afbeelding drukken, en dan inzoomen.)
Het was de nacht van 11 op 12 februari 1929. Het was zo koud, dat de kolenkachels ’s nachts aan moesten blijven, anders was het onmogelijk om de volgende dag te werken in het Stadhuis. Helaas is het hierbij vreselijk mis gegaan. De Leidse brandweer moest ’s nachts uitrukken, maar het blussen ging ontzettend moeilijk; het bluswater bevroor zodra het uit de brandweerslang kwam. In de ochtend stond alleen de gevel nog overeind, en deze leek getransformeerd tot een ijspaleis. Je ziet het op de foto’s hieronder.
Prent “Het Raadhuys”, Cristiaan Hagen (1670) | Lithografie, Arnz & Co (1841) | Foto 1870 | Foto’s 1929: allen Erfgoed Leiden, public domain.

Hooglandse Kerk

Een 14e eeuwse kerk die nooit is afgemaakt

Majestueus zie je haar overal bovenuit komen: de Hooglandse Kerk. Gebouwd op een verhoging, alsof ze Leiden zou beschermen. Al in 1315 stond hier de eerste, kleine versie van deze kerk. Deze werd al snel uitgebouwd, en een eeuw later werd besloten het kerkje om te toveren tot een enorme kathedraal met twee imposante torens. Het zou een van de grootste kerken van Europa worden.

De bouw begon voortvarend, maar door economische tegenslagen en de opkomst van het protestantisme werd de kerk nooit afgemaakt. En toch is wat er staat bijzonder indrukwekkend.
Het sobere interieur dat je vandaag de dag ziet, is het gevolg van de Beeldenstorm in 1566. Altaren en heiligenbeelden werden met grof geweld uit de kerk gesleurd en vernield. De toenmalige burgemeester ondernam, gewapend met een pistool in zijn hand, nog een wanhopige poging om de vernielingen te stoppen. Maar tevergeefs; de stormloop van mensen was te groot om tegen te houden.
Een gravure uit 1675.
In de 17e eeuw wordt er in de kerk druk getrouwd, gedoopt, begraven, en worden de zondagse diensten druk bezocht. Tijdens de kruitramp in 1807 raakt de kerk erg beschadigd, en stort zelfs gedeeltelijk in. De kerk is er hierna erg slecht aan toe, maar gelukkig wordt besloten de kerk te redden.

Dankzij meerdere restauraties in de 19e en 20e eeuw kunnen we vandaag de dag nog genieten van dit onwerkelijke bouwwerk. Van de hoge gotische ramen die het licht naar binnen laten stromen, en van de rijke geschiedenis van eeuwen die je zowel binnen als buiten ervaart.

*De diensten op zondag zijn vrij te bezoeken, en op sommige dagen is de kerk open voor bezoek.

De kerk rond het jaar 1900.
Het interieur van de kerk.
Loop via de Nieuwstraat langs de kerk, tot je bij een pleintje komt waar je de binnenhoek van de kerk goed kunt bekijken (hier is ook de foto uit 1900 genomen). Zie je de ‘aanzetten’ in de muren, waar de rode bakstenen zijn afgewerkt met grijswitte natuurstenen? Dit zijn de plekken waar de bogen van een groter schip hadden moeten beginnen, maar waar nu alleen nog maar wat uitstekende stenen te zien zijn. Als je deze aanzetten ziet, wordt pas goed zichtbaar hoeveel groter de kerk had moeten worden!
🎵 Het orgel van de Hooglandse kerk heeft maarliefst 3.607 pijpen! Het is oorspronkelijk gebouwd in 1565, en is sindsdien door verschillende orgelbouwers uitgebreid en onderhouden.

⛪ De Hooglandse kerk heette eigenlijk de Sint-Pancraskerk zoals ook op de prent te zien is, maar toen Leiden in 1572 overging naar het protestantse geloof, werden de katholieke heiligenverwijzingen verwijderd. De kerk werd sindsdien de Hooglandse Kerk genoemd, naar het Hooge Land, een wat hoger gelegen gebied waar de kerk op gebouwd is.

☀️ De Hooglandse Kerk wordt de “Kerk van het Licht” genoemd. De prachtige lichtinval is te danken aan het ontbreken van de zware gewelven nooit zijn afgebouwd.
Prent en foto uit 1900: Leiden en Omstreken, public domain. Foto interieur 1 en interieur 2 (beiden bewerkt): Zairon, CC-BY-SA 4.0.

De Burcht van Leiden

Ouder dan Leiden zelf

De Burcht van Leiden is één van de oudste monumenten van de stad, gebouwd op een kunstmatige heuvel die al in de 11e eeuw werd opgeworpen. In de middeleeuwen had de Burcht een duidelijke functie: vanaf de hoge ringmuur hield men de omgeving scherp in de gaten. Hier kon je vijanden vroeg zien aankomen, maar hier werd ook vaak naar uitgeweken als de rivieren overstroomden.

Die strategische rol kreeg nieuwe betekenis in de 16e eeuw, tijdens de Tachtigjarige Oorlog. In 1573-1574 werd Leiden bijna een jaar lang belegerd door de Spaanse troepen.
Een gravure: het beleg van Leiden, gezien vanuit de Burcht.
Terwijl de bevolking zich binnen de Leidse muren schuilhield, was de Burcht het centrale uitzichtpunt vanwaar men de wijde omgeving en het waterverkeer over de rivieren goed kon zien.

Het volk leed honger, en de situatie leek uitzichtloos. Vanaf de muren keek men uit naar hulp die maar niet leek te komen. Burgemeester Van der Werff sprak het volk moed in, en zou zelfs zijn eigen lichaam hebben aangeboden als voedsel, een verhaal dat tot op de dag van vandaag wordt verteld.
Een prent van de Burcht uit de 17e eeuw.
Uiteindelijk brak op 3 oktober 1574 het ontzet van Leiden door: de Watergeuzen wisten de stad te bereiken via onder water gezette polders, en brachten haring en wittebrood mee. Die dag wordt nog elk jaar gevierd als Leidens Ontzet.

Sta je nu boven op de Burcht, dan zie je geen soldaten meer, geen hongerige menigte, maar een panoramisch uitzicht over kerktorens, grachten en daken. Toch voel je hier nog iets van die oude strijd om vrijheid.
Waar of niet waar?

A. Tijdens de bezetting werd er vanaf de Burcht met kanonnen geschoten naar de Spanjaarden

B. De Watergeuzen konden Leiden bereiken omdat er toevallig net een dijk was doorgebroken

C. De Watergeuzen danken hun naam aan het brengen van water na het Ontzet van Leiden

D. De heuvel onder de burcht is in de 11e eeuw gemaakt door de inwoners van Leiden
Allemaal niet waar. 🙃 De Burcht werd tijdens de Tachtigjarige oorlog alleen gebruikt als strategisch uitkijkpunt. De dijken zijn niet per ongeluk doorgebroken, maar bewust, onder leiding van Willem van Oranje. Dit om de Watergeuzen, die het érg goed deden op het water (en daarom zo heten), vrij spel te geven. De Spanjaarden konden niks met al dat water, en gingen er gauw vandoor. En de heuvel onder de burcht is inderdaad in de 11e eeuw gemaakt, maar de stad Leiden bestond toen nog niet.
Prent: Stedenatlas De Wit (de Nationale Bibliotheek), public domain. Gravure (Karel Klinkenberg, ca. 1880): Erfgoed Leiden, public domain. Prent Watergeuzen (1576): Wikimedia Commons, public domain.

Oude Vest

Een waterweg vol verhalen

De Oude Vest in Leiden is één van de breedste grachten van Leiden, vol verhalen die de ontwikkeling van de stad weerspiegelen. De Oude Vest was de originele noordelijke vestingmuur van de stad na de stadsuitbreiding in 1611. En die was hard nodig: de bevolking van Leiden explodeerde door het enorme succes van de textielindustrie, en de stad was overvol en onhygiënisch.
Een kaart van Leiden in het jaar 1600.
De gracht was een levensader; de waterweg werd een 'snelweg' voor goederentransport, en het water werd veelvuldig gebruikt in de lakenindustrie, waar we bij de volgende locatie induiken.

De rijkdom die dit opleverde, zie je nog terug in de statige herenhuizen die langs de gracht werden gebouwd door lakenhandelaren en fabriekseigenaren. Tegelijkertijd woonden in de straten erachter duizenden wevers en andere arbeiders in veel bescheidener omstandigheden.
1778: Zicht op de Marekerk vanaf de Korte Mare, een gracht korte die grenst aan het water van de Oude Vest.
Vlakbij de Oude Vest staat ook de indrukwekkende Marekerk, met haar ronde koepel die hoog boven de stad uittorent. De kerk werd in de Gouden Eeuw gebouwd (nog net niet te zien op de oude kaart) en is nog steeds een herkenningspunt in de skyline van Leiden.

Aan de Oude Vest vind je ook de Leidse Schouwburg. Het is de oudste nog bestaande schouwburg van Nederland, geopend in 1705. Al meer dan drie eeuwen komen hier mensen samen om zich te laten meeslepen door toneel, muziek en verhalen.
De Schouwburg in 1788. Het gebouw is inmiddels flink vernieuwd, maar je herkent de twee deuren nu nog terug in het huidige gebouw.
Bij de Marebrug vind je aan de Oude Vest op de hoek een café. In de muur van dit café vind je een gevelsteen. De afbeelding gaat over het huis dat daar ooit stond, en “In de Oude Marenpoort” heette, net als het café dat deze naam heeft overgenomen. Kun je bedenken waarom het huis deze naam had gekregen? De gevelsteen is gerestaureerd, maar echt zo oud als het jaartal dat erop staat!
De gevelsteen herinnert aan de oude stadsmuur en de oude Marepoort die daar ooit zaten. Rond 1611 moest de oude Marepoort plaatsmaken voor de nieuwe Marepoort, omdat de oude stadsmuur zijn functie verloor en de stadsgrens verschoof. Je ziet de oude toegangspoort op de inkttekening, en hij staat nog op dit stukje van de oude kaart uit 1600. Je ziet de nieuwe poort (een brug) op de gevelsteen. Het huis dat op de plek van de oude toren werd gebouwd werd als aandenken “In de Oude Marenpoort” genoemd.
In 1982 werd er hier bij rioolwerkzaamheden een bijzondere ontdekking gedaan. Tijdens het graven werd er een restant van de Dullentoren gevonden, een van de waltorens van de oude verdedigingswallen. Je ziet de toren naast de Oude Marepoort op de kaart. Als aandenken is de muur ‘opgemetseld’; er zijn nieuwe stenen gelegd op het originele fundament. Het is een tastbaar overblijfsel van de 14e-eeuwse stadsmuur. Je vindt het muurtje iets voorbij de Schouwburg, ter hoogte van nr 39.
Kaart (1600), Pieter Bast | Schouwburg (1788), Jacob Timmermans | Inkttekening (ca. 1600), Salomon van der Paauw: allen Erfgoed Leiden, public domain. Foto (1982): Erfgoed Leiden, cc-0.

Museum De Lakenhal

Het zenuwcentrum van de lakenindustrie

Museum De Lakenhal is een plek waar je de ziel van Leiden bijna kunt aanraken. Het is 1639 als er wordt besloten dat de "Laecken-Halle" gebouwd gaat worden; een statig centrum dat de rijkdom en het prestige van de Leidse lakenindustrie moest weerspiegelen.

Leids laken was een luxe, dicht geweven wollen stof, die in de Middeleeuwen voor topkwaliteit in heel Europa en zelfs daarbuiten stond! Het werd gebruikt voor mantels, uniformen en deftige kleding. De lakenindustrie in Leiden bevond zich rond deze tijd op het absolute hoogtepunt.
Een prent van de Lakenhal uit de 17e eeuw.
Bij de gloednieuwe Lakenhal werden rollen stof op het voorplein afgeleverd. In de hal werd elke rol laken door de staalmeesters (keurmeesters) heel streng gecontroleerd op weeffouten, de juiste afmetingen en de kleurvastheid. Was een rol niet perfect, dan werd deze afgekeurd.

De lakenindustrie bracht Leiden grote rijkdom, maar deze rijkdom was zeer ongelijk verdeeld. De drapeniers (ondernemers) woonden in prachtige herenhuizen aan de grachten, terwijl de duizenden spinners, wevers en andere arbeiders in armoedige omstandigheden leefden.
“Het spinnen, het scheren van de ketting, en het weven.” Een schilderij uit 1596. Ook kinderen moesten meehelpen.
In de loop van de 18e eeuw raakte de Leidse lakenindustrie in verval door o.a. concurrentie, een veranderende vraag en verstoorde handel door oorlogen. De Lakenhal verloor haar functie.

Nu vind je hier een prachtig museum dat het verhaal vertelt van de kunst en geschiedenis van Leiden, vanaf de late Middeleeuwen tot nu. Het gebouw zelf is misschien wel het grootste topstuk.
Volders ‘vollen’ de gewoven stof met hun voeten in een bad met heet water. De stof werd zo dichter en sterker.
Bekijk de prent uit de 17e eeuw van de Lakenhal, en vergelijk deze met het gebouw nu. Wat is er allemaal onveranderd? (Door op de afbeelding te drukken kun je deze inzoomen.)
Een cruciale stap om de wol te verdichten en ontvetten was het vollen. De stof werd lang gekneed in een mengsel van heet water, vuilopnemende klei, en… urine! Welke van de volgende stellingen zijn waar, denk je?

A. Er was een goede handel in urine, en er was een ophaaldienst die urine ophaalde bij alle huizen.

B. Om de beste urine te krijgen lieten ze het een aantal dagen staan voor het werd gebruikt.

C. De urine werd geproefd om de juiste zuurgraad te bepalen.

D. De urine was basisch (net als zeep, het tegenovergestelde van zuur), wat ervoor zorgde dat volders doorgaans zachte handen hadden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld wevers.
A. Waar! Er waren zogenaamde piskruiken die men thuis kon ‘vullen’, en deze werden tegen een vergoeding opgehaald.

B. Waar! Verse urine is licht zuur, maar door het een paar dagen te laten fermenteren steeg het ammoniakgehalte, waardoor het beter zijn werk deed.

C. Gelukkig (waarschijnlijk) niet. 😅 Hoewel het proeven van substanties wel werd gedaan om de zuurgraad te bepalen, was het proeven van gefermenteerde urine niet erg veilig. Wel was hier een andere manier voor; als de urine glibberig of zeepachtig aanvoelde, was het fermenteren klaar. 🤢

D. Niet waar. De ammoniak loste het vet in de wol op, maar ook het vet in de huid. De arme volders zaten elke dag met hun handen of voeten in het hete ammoniakwater, en hierdoor hadden ze doorgaans een ruwe, harde, gebarsten huid. Gelukkig kwamen er later machines die dit werk overnamen.
Prent: de Lakenhal in de 17e eeuw, afkomstig uit Stedenatlas De Wit. (de Nationale Bibliotheek), public domain. Spinners/wevers en volders; beiden uit een schilderij van Isaac Claesz. van Swanenburg (1596) en kruik (bodemvondst, 17e eeuw): Collectie Museum De Lakenhal, Leiden, public domain.

Molen de Valk

Meel malen voor een groeiende stad

Daar staat ze. Hoog boven Leiden, trots en onverzettelijk: Molen de Valk. Al sinds 1743 draait ze mee met de tijd, letterlijk en figuurlijk. Stel je de eeuwen voor waarin deze molen meel maalde voor de Leidenaren, in voor- en tegenspoed. Zou je naar boven klimmen, dan zie je Leiden zoals de molenaar het zag: grachten, daken, kerktorens. Een stad die groeit en bloeit.
Molen de Valck (de eerste, lage molen die hier stond) in 1648.
De huidige molen is al de derde molen die hier is gebouwd. In 1611 werd hier een lage, houten molen gebouwd, die De Valck heette. In 1667 moest deze worden vervangen door een hogere molen, omdat Leiden zo vol werd gebouwd met hoge herenhuizen en andere gebouwen, dat de lage molen te weinig wind ving.

In de 18e eeuw was er een efficiëntere meelproductie nodig door het almaar groeiende aantal inwoners in Leiden. Er werd een nog hogere molen gebouwd, waarin meer maalstenen hun werk konden doen. Dat is de huidige Molen de Valk. Ook dit is een stellingmolen; de molen heeft een 'stelling' die het hoge bouwwerk ondersteunt.
De Maresingel in 1771. Je ziet de Marekerk, en de wieken van de (derde) Valk.
Vandaag de dag is de molen een museum, waar je de hele molen kunt bekijken. Je ziet hoe de molen zijn werk deed, maar ook hoe de woning in de molen eruitzag toen de laatste molenaar er nog woonde. Je voelt hier de passie voor het ambacht die het molenaarsvak vereiste.

Op dinsdag t/m zondag kun je tussen 10:00 en 17:00 het museum tegen entreekosten bezoeken. Maar, je kunt de molen ook gratis op je telefoon 'bezoeken'. Kijk daarvoor bij de opdracht.

De laatste molen de Valk in 1890.
Deze opdracht kun je doen als je genoeg tijd hebt, en de molen niet van binnen bezoekt. Op de website van de molen kun je een 3d-tour doen en door de hele molen wandelen. Druk op de deur van het museum om de molen in te gaan, en volg de icoontjes.
Klik hier om erheen te gaan.
Voor de maalstenen werd basaltlava gebruikt, een zeer hard vulkanisch gesteente, om slijtage zoveel mogelijk te voorkomen. Maar ook harde gesteenten slijten. Er belandde dus niet alleen meel in het brood, maar ook.. heel fijn steengruis! Dit werd voor lief genomen, maar resulteerde wel op grote schaal in ‘molenaarstanden’: extreme tandslijtage door het gruis in brood en pap dat als schuurpapier werkte.
Afbeelding 1648, 1771 en 1890: Erfgoed Leiden, public domain.

⠀⠀➜⠀Einde

Je hebt de route voltooid!

Namens het team van Loculy: bedankt dat je met ons op pad bent gegaan. We hopen dat je hebt genoten van de verhalen en geheimen van de stad.

Mocht je nog vragen hebben of iets willen delen over je ervaring, dan kun je altijd contact opnemen met Wouter: ‪+31 646142923‬‬.

Help ons groeien met jouw ervaring!
Als klein team met een grote passie voor steden, helpt jouw ervaring ons enorm om te groeien en nog mooiere routes te maken. Zou je een paar minuten willen nemen om een review achter te laten? Dat zouden we fantastisch vinden.

Nogmaals bedankt en hopelijk tot ziens in een andere stad!

Groeten, Team Loculy